Bevallen in het ziekenhuis

Vrouw – Moeder – Kind centrum

Omdat u in het ziekenhuis komt bevallen, willen wij u vooraf informeren over o.a. de poli, de verloskamer en de verpleegafdeling VMK (Vrouw - Moeder - Kind centrum). Ook krijgt u informatie over de bevalling waarbij een medische reden is om in het ziekenhuis te bevallen.

Open verloskamer
U kunt ook met uw eigen verloskundige op de 'open verloskamer' bevallen. Uw verloskundige kan u hier meer over vertellen.

Registratie van gegevens

Landelijk worden gegevens van zwangerschap, bevalling en de neonatale periode (eerste levensmaand) geregistreerd. De zogenaamde LVR en perinatale registratie. Als ziekenhuis zijn wij verplicht hieraan deel te nemen. Het doel van deze registratie is het verbeteren van de kwaliteit van zorg aan moeder en kind.

Als u bezwaar heeft tegen registratie van uw gegevens kunt u dit laten weten aan uw verloskundige, gynaecoloog of kinderarts.

Poli

U bent zwanger. Als het nodig is dat u in het ziekenhuis bevalt, wordt u doorverwezen naar de gynaecoloog.

Bij het eerste bezoek aan de gynaecoloog op de poli noteert de assistente uw gegevens. Ook wordt u gewogen.

In een gesprek met de gynaecoloog wordt informatie uitgewisseld. De gynaecoloog meet uw bloeddruk en onderzoekt uw buik  om de stand van de baarmoeder te bepalen (uitwendig onderzoek). Ook kan er een inwendige echo gemaakt worden (eerste 12 weken) om onder andere te controleren of de grootte van de jonge zwangerschap klopt met de duur van de zwangerschap. De gynaecoloog kan eventueel uw bloed laten onderzoeken.

Bij de secretaresse kunt u aansluitend een nieuwe afspraak maken.

Bij elke controleafspraak wordt de bloeddruk en het gewicht gecontroleerd. Ook wordt een uitwendig onderzoek gedaan en vanaf ongeveer 12 weken wordt naar de harttonen van de baby geluisterd. In een gesprek met de arts kunt u eventuele vragen en problemen bespreken. Naast deze controles kunnen andere onderzoeken worden gedaan om extra informatie te krijgen over het verloop van de zwangerschap, met name een:

  • Echoscopie / Echografie
  • CTG = hartfilmpje van de baby.

Echoscopie / echografie
Dit is een onderzoek waarbij met onschadelijke geluidsgolven, de baby via een monitor bekeken kan worden. Het onderzoek is ongevaarlijk en kan onbeperkt herhaald worden.

CTG. (Cardio Toco Gram)
Bij een CTG kunnen de hartslag van de baby en eventuele weeën of harde buiken van de baarmoeder geregistreerd worden. Tijdens de zwangerschap kan op dit 'hartfilmpje' de conditie van de baby beoordeeld worden.

Dit onderzoek gebeurt alleen op verwijzing van de arts en soms op verwijzing van de verloskundige. Een afspraak voor een CTG kunt u maken via de verloskamer, telefoon: 0495 - 57 21 28.

Voorlichtingsavonden

  •  6 x per jaar is er een voorlichtingsavond 'De bevalling'. Deze is bedoeld om u en uw partner informatie te geven over de zwangerschap en bevalling.
  • 8 x per jaar een voorlichtingsavond over borstvoeding.

Voor inlichtingen en aanmelding:
Afdeling Patiënteninformatie:
Telefoon: 0495 – 57 22 05
Mail: patienteninformatie@sjgweert.nl
Of via de site: www.sjgweert.nl

De bevalling

Wanneer belt u?

  • Als u vruchtwater verliest, ook als er geen weeën zijn.
  • Als 1 uur lang om de 5 minuten weeën komen die 1 minuut aanhouden.
  • Bij plotseling bloedverlies of heftige pijn.
  • Als u ongerust bent of twijfelt.

Het is belangrijk dat u altijd even belt voordat u komt zodat we uw gegevens kunnen opzoeken, telefoon: 0495 - 57 21 28.

Via de hoofdingang van het ziekenhuis kunt u dag en nacht binnen. U gaat direct naar de tweede etage waar u zich meldt bij de verloskamers (route 35). Na 20:00 uur en 's nachts moet u aanbellen bij de toegangsdeur naar de verloskamers. Een van de medewerkers zal u dan ontvangen.

Wat neemt u mee?

  • zwangerschapskaart
  • verzekeringspapieren
  • nachtgoed of T-shirt
  • ondergoed, bh, ochtendjas
  • toiletartikelen
  • pantoffels of slippers
  • eventuele medicijnen
  • foto- of filmcame

Om de baby mee naar huis te nemen heeft u nodig:

  • kleertjes
  • omslagdoek
  • deken en Maxi Cosi
  • eventueel een kruik

In het ziekenhuis is toegang op internet (Wi-Fi) mogelijk op uw eigen computer / tablet. De toegangscode kunt u vragen aan de medewerker.                   

Verloskamer
Nadat u kennis heeft gemaakt met de aanwezige verloskundige, wordt u naar de verloskamer gebracht. De verloskundige licht de arts in over uw komst en er wordt een hartfilmpje (CTG) van de baby gemaakt.

In principe hoeft u niet in bed te blijven en kunt u rondlopen. Soms is het nodig een infuus in te brengen, zo nodig wordt een inwendig onderzoek gedaan.

Wanneer u liever zittend bevalt kan dit op een baarkruk. Staand bevallen is om medische redenen vaak niet mogelijk. Vraag hierover meer informatie aan uw arts of verloskundige.

Het is mogelijk om een ligbad te nemen, te douchen of andere hulpmiddelen te gebruiken om de weeën op te vangen (bv. de skippybal).

CTG-registratie tijdens de bevalling
De harttonen van de baby worden tijdens de bevalling gecontroleerd via het CTG-apparaat. Hiermee wordt de conditie van de baby in de gaten gehouden. Als de vliezen gebroken zijn, wordt vaak een draadje op het hoofdje (of stuitje bij een stuitbevalling) van de baby geplaatst om de harttonen te meten. Dit draadje wordt via een kabeltje aan uw been bevestigd en aan het apparaat aangesloten. Hiermee heeft u voldoende bewegingsvrijheid om naast het bed te staan of zitten. Het is niet altijd nodig om de harttonen continu te registreren.

De CTG-registratie is via een monitor ook op het kantoor van de verloskundigen zichtbaar. Zo kan de verloskundige de harttonen controleren zonder dat ze bij u op de kamer is.

Pijnstilling
In SJG Weert zijn verschillende vormen van pijnstilling mogelijk. Afhankelijk van de situatie kunt u samen met uw arts een keuze maken uit de verschillende mogelijkheden. Meer informatie over de mogelijkheden vindt u in de folder 'Pijnbestrijding tijdens de bevalling'.

De geboorte
Als u volledige ontsluiting (10 cm.) heeft en het hoofdje voldoende is ingedaald mag u gaan persen.

Nadat de baby geboren is wordt deze (als alles goed is en u dat wil) op uw buik gelegd. Na de geboorte van de moederkoek (placenta) en u zo nodig gehecht bent, wordt de baby door de verloskundige nagekeken, verzorgd en aangekleed. Daarna krijgt u iets te drinken en beschuit met muisjes aangeboden.

Hierna wordt u een tijdje alleen gelaten en kunt u uw familie en vrienden bellen. Spreek met uw familie af dat u zelf belt als de baby geboren is. Zo heeft u meer privacy.

Na enige tijd komt de verloskundige terug om u te verzorgen. Als het medisch kan en u voelt zich goed, mag u na de bevalling onder begeleiding douchen.

Uw partner heeft de verplichting om het kind binnen 3 werkdagen aan te geven bij de burgerlijke stand. Het is mogelijk om dit in het ziekenhuis te doen. Zie de folder ‘Geboorteaangifte in het ziekenhuis’.

Open verloskamer

U bevalt onder begeleiding van uw eigen verloskundige op de verloskamer. Een kraamverzorgster assisteert de verloskundige. Na de bevalling mag u als alles goed verloopt binnen enkele uren naar huis.

Zorg ervoor dat de kraamzorg goed geregeld is. Dit doet u door tijdens uw zwangerschap contact op te nemen met een kraamcentrum.

Klinisch bevallen

Na de bevalling
Na de bevalling kunt u op de verloskamer blijven, (deze zijn óók als kraamsuite ingericht) of u wordt naar de verpleegafdeling gebracht. Ook hier is een kraamsuite. In de kraamsuite kunt u samen met uw partner en uw baby blijven tot u naar huis gaat. Uw partner kan ook blijven slapen.

Verzorging

  • U mag opstaan om bv. naar het toilet te gaan. Het kan zijn dat u zich wat duizelig voelt. Vraag daarom de eerste keer begeleiding van een verpleegkundige.
  • De dag na de bevalling mag u zich douchen. Zo nodig wordt u geholpen bij de verzorging door een verpleegkundige.

Controles

  • Zo nodig (bv. u heeft veel bloed verloren tijdens de bevalling) wordt op de dag van of na de bevalling, bij u bloed geprikt om het ijzergehalte te controleren. Als u bloedarmoede heeft krijgt u een recept mee voor ijzertabletjes.
  • De bloeddruk, temperatuur en polsslag.
  • De stand van de baarmoeder.
  • Eventuele hechtingen.

De verpleegafdeling VMK
De verpleegafdeling bestaat uit 2 units. Een unit voor zwangere vrouwen, kraamvrouwen en gynaecologische patiënten. Op de andere unit bevindt zich de couveusekamer, wiegenkamer en boxenzalen.

Rooming in
Met rooming in bedoelen we dat de baby 24 uur bij u op de kamer blijft. Ook als de baby fototherapie krijgt (onder de lamp ligt) kan hij/zij op uw kamer blijven.

Eigen risico 'verblijf gezonde moeder'
Soms is het na de bevalling om medische redenen nodig dat uw kindje nog even in het ziekenhuis blijft. Natuurlijk mag u dan als moeder bij uw kindje blijven. Omdat er voor u geen medische reden is om in het ziekenhuis te blijven, gaan de kosten hiervan ten koste van uw eigen risico.

Bezoektijden VMK
De partners en ouders van opgenomen kinderen zijn niet gebonden aan bezoektijden.

In verband met veiligheid is de toegangsdeur van de afdeling van 19:30 tot 8:00 uur op slot. Bij de deur zit een bel. Als u belt komt iemand de deur openmaken.

Het overige bezoek moet zich houden aan de bezoektijden.

Voor VMK:                                 11:00 – 11:30 uur en 15:00 – 16:30 uur en 18:00 – 19:30 uur.

Voor de Couveusekamer:      11:00 – 11:30 uur en 16:00 – 16:30 uur en 19:00 – 19:30 uur.

De Couveusekamer
Het kan zijn dat uw kindje ter observatie wordt opgenomen op de couveusekamer. De couveusekamer bevindt zich naast de kraamkamer en is beveiligd met een badgesysteem (op slot). U krijgt dan een leenbadge met toegang tot de couveusekamer. De kinderartsen bepalen de behandeling van uw kindje, hierover wordt u steeds geïnformeerd.

Na overleg met de kinderverpleegkundige kunt u uw kindje zelf voeden of de fles geven.

Als u borstvoeding geeft en uw kindje nog niet uit de couveuse mag, kunt u het beste beginnen met kolven. Op deze manier kan de voeding toch op gang komen. Hierbij krijgt u ondersteuning van de verpleegkundigen. Ook werkt regelmatig een lactatiekundige op de afdeling. Deze kan u nog meer ondersteuning bieden.

De partner
Op het VMK is de helft van het totale aantal patiëntenkamers een kraamsuite en/of eenpersoonskamer. Op deze kamers kan de partner blijven slapen.

De partner wordt gevraagd:

  • Zelf het bed op te maken voor het slapen gaan.
  • Het bed 's ochtends weer op te ruimen en in te klappen.
  • Gepaste kleding te dragen en 's ochtends op tijd aangekleed te zijn.

De partner krijgt ’s ochtend en tussen de middag een broodmaaltijd aangeboden.

Gang van zaken op afdeling VMK

Bloemen en planten
Bloemen of planten zijn om hygiënische redenen niet toegestaan op de afdeling VMK.

De gynaecoloog
Iedere morgen tussen 8:30 en 9:00 uur komt één van de gynaecologen bij u langs. Wij vragen u op de kamer te blijven totdat de arts geweest is. Heeft u vragen dan kunt u deze stellen. Schrijf ze eventueel op zodat u niets vergeet.

De kinderarts
Een van de kinderartsen komt iedere dag op de afdeling. Hij/zij kijkt dan de kindjes na die doorgegeven zijn door de gynaecoloog. In principe is uw kindje direct na de geboorte op de verloskamer al onderzocht door de verloskundige of arts.

De kinderartsen hebben een vast spreekuur voor de moeders / ouders waarvan het kindje op de couveusekamer ligt. Informatie hierover kunt u vragen aan de verpleegkundige op de couveusekamer zodat u een afspraak kunt maken om met de kinderarts over uw kindje te praten.

De hielprik
Op de vierde dag wordt bij uw kindje de zogenaamde hielprik gedaan. Het bloed dat afgenomen wordt, wordt onderzocht op een 17-tal aandoeningen, de meeste daarvan zijn erfelijk. Ze komen gelukkig niet vaak voor. Deze aandoeningen zijn niet te genezen, maar wel goed te behandelen. Voor meer informatie hierover kunt u terecht op de website:  www.rivm.nl.

Baby's die vóór de vierde dag na de bevalling naar huis gaan, worden thuis geprikt door een verpleegkundige van het kraamcentrum (bericht van geboorte wordt door ons opgestuurd naar de ent-administratie in Sittard).

Damesverband
Maandverband, kraamverband en wegwerpzakjes zijn op het toilet aanwezig. Gaat u naar het toilet, neem dan ook een kannetje lauw water mee om te spoelen. De eerste keer dat u naar het toilet gaat loopt een verpleegkundige met u mee en geeft u uitleg hierover. Wij vragen u om het gebruikte verband in een zakje te stoppen en zo in de afvalbak te doen. Voor en na toiletgebruik de bril a.u.b. schoonvegen met alcohol 70% (is aanwezig op het toilet).

Hechtingen
Als u hechtingen heeft, kunt u enkele dagen last hebben van de wond.

Pijnstilling

  • Een ijscompres die u tegen de hechtingen legt kan helpen de pijn te verlichten.
  • Spoel na het plassen de wond onder de douche of met kannetje water.
  • Vraag een pijnstiller.
  • Na een kunstverlossing krijgt u altijd pijnstillers.

Verzorging en voeding van de baby
Tijdens uw verblijf op de afdeling geven de verpleegkundigen u zoveel mogelijk uitleg over de verzorging van uw baby.

Wat voor soort voeding u ook kiest voor uw baby, de verpleegkundige zal u hierbij zoveel mogelijk begeleiden en ondersteunen. Wel is het belangrijk dat u een duidelijke keuze heeft gemaakt over welke voeding u wilt geven: borst- of flesvoeding.

Borstvoeding
SJG Weert beschikt over het certificaat 'Zorg voor borstvoeding WHO / Unicef'. Dat wil zeggen dat we u zo goed mogelijk helpen bij  het geven van borstvoeding. Het certificaat geeft aan dat we voldoen aan de kwaliteitseisen die de WHO / Unicef hieraan stelt.

Als u meer informatie wilt over borstvoeding, kunt u de vereniging 'Borstvoeding Natuurlijk' bellen, telefoon: 0345 - 57 66 26 of de site bekijken via internet: www.borstvoeding.nl

We hebben een eigen lactatiekundige (specialist in borstvoeding) in dienst waar u met alle (hulp)vragen over borstvoeding terecht kunt. De verpleegkundige kan u met haar in contact brengen.

Sinds 1992 wordt geadviseerd om pasgeborenen die borstvoeding krijgen 3 maanden vitamine K te geven. Er blijkt namelijk te weinig vitamine K in borstvoeding te zitten. Daarom krijgt iedere pasgeborene, ook degene die flesvoeding krijgen, direct na de geboorte vitamine K. Bij borstvoeding moet hiermee doorgegaan worden vanaf dag 7, tot 3 maanden na de geboorte.

Flesvoeding
Moeders die hun kindje flesvoeding willen geven, worden door de verpleegkundigen begeleid en krijgen advies.

Tip: geeft u flesvoeding, zorg dan dat u voeding in huis heeft. Vanuit het ziekenhuis mag géén voeding worden meegegeven. Als u langer in het ziekenhuis moet blijven, kunt u de fles van thuis meenemen zodat uw kindje al kan wennen aan de eigen fles.

Vertrek uit het ziekenhuis

Wanneer gaat u naar huis?
Na een poliklinische bevalling mag u dezelfde dag of de dag na de bevalling naar huis. Dit hangt af van het verloop van de bevalling en wat de arts met u afspreekt.

Na een klinische bevalling blijft u maximaal 7 dagen in het ziekenhuis, bij een keizersnede maximaal 9 dagen. Gaat u eerder naar huis dan krijgt u de resterende dagen thuis nog kraamhulp.

Hoe laat u naar huis kunt gaan wordt op de afdeling met u besproken.

Als u naar huis gaat, zorgt de secretaresse van de afdeling dat de benodigde papieren voor u klaarliggen, waaronder:

  • Brief voor de huisarts, verloskundige en de kraamzorg.
  • Eventueel een recept.
  • Ook wordt uw verloskundige op de hoogte  gebracht.

Kraamzorg
Afhankelijk van de duur van het verblijf in het ziekenhuis komt u in aanmerking voor resterende kraamzorg. Wanneer u naar huis gaat neemt u of uw partner contact op met het kraamcentrum. Zie hiervoor de richtlijnen van het kraamcentrum.

Kosten

Alle kosten van de bevalling op grond van medische indicatie zijn voor rekening van uw zorgverzekeraar, met uitzondering van het vastgestelde eigen risico. Vraag dit na bij uw zorgverzekeraar.

PDF
Stel PDF samen

Heeft u nog vragen?

Heeft u nog vragen of opmerkingen, neem dan contact op met afdeling VMK:
0495 - 57 21 23