Verwijderen van de prostaat

Buikoperatie volgens Hryntschak

Urologie

De uroloog heeft met u besproken dat u een operatie aan uw prostaat nodig heeft. In deze folder vindt u algemene informatie over deze operatie. Voor u persoonlijk kan de situatie anders zijn. Als dat zo is, dan bespreekt uw uroloog dit met u.

Wat is de prostaat?

De prostaat is een klier. Klieren zijn organen die een bepaald vocht afscheiden. De prostaat maakt prostaatvocht. Prostaatvocht is nodig voor het vervoer en de voeding van de zaadcellen.

De prostaat ligt om de urine(plas)buis heen en heeft de vorm en grootte van een kastanje. De urinebuis loopt dus dwars door de prostaat heen.

Als een man klaarkomt, pompt zijn lichaam zaadcellen naar de prostaat. Daar worden ze vermengd met het prostaatvocht. Bij de zaadlozing trekt de prostaat samen en worden de zaadcellen in het prostaatvocht (sperma) door de plasbuis naar buiten geperst.

De prostaat werkt dankzij hormonen die in andere organen worden aangemaakt. Deze hormonen zorgen ervoor dat de prostaat vanaf de puberteit gaat groeien. Ook regelen deze hormonen de aanmaak van het prostaatvocht.

Prostaatvergroting

Bij de meeste mannen wordt de prostaat rond het 50e jaar groter. Dit komt waarschijnlijk door veranderingen in de hormonen. De prostaat is een klier die vlak onder de blaasuitgang en om de plasbuis heen ligt. Het is te vergelijken met een appeltje waar het klokhuis is uitgeboord. De prostaat is ongeveer even groot als een walnoot of kastanje en is een onderdeel van het mannelijke voortplantingssysteem.                     

verwijderen-prostaat-buikok.jpg                           

Wat merkt u van prostaatvergroting?

De prostaat ligt om de urinebuis heen. Als de prostaat groeit, kan hij de urine(plas)buis dichtdrukken. Dat geeft problemen bij het plassen:

  • U moet vaak kleine hoeveelheden plassen. Ook ’s nachts.
  • Het duurt even voor het plassen begint.
  • De straal is minder sterk. Soms druppelt het maar wat.
  • Het plassen duurt langer.
  • De urine druppelt na, soms ook nog in uw broek.

Soms is de plasbuis zo ver dichtgedrukt dat u niet meer kunt plassen. U hebt dan wel aandrang, maar u kunt niet plassen. De huisarts moet de plas dan aftappen met een dunne flexibele slang (katheter) via uw plasbuis.

Bij prostaatvergroting moet de blaasspier harder werken om de plas door de vernauwde plasbuis naar buiten te persen. Daardoor kan de blaas zwakker worden en uitrekken. Hierdoor blijft er sneller plas achter in de blaas. Dat kan zorgen voor blaasontstekingen en problemen met de nieren. Een goedaardige vergroting van de prostaat heeft niets te maken met prostaatkanker. Een prostaatvergroting hoeft alleen te worden behandeld als u er last van hebt. De arts kan medicijnen voorschrijven. Bij erge klachten is een operatie nodig. De arts haalt dan een deel van de prostaat weg. De arts kan via uw plasbuis opereren of via een snee in de buikwand.

Wanneer de prostaat niet te groot is, kan deze worden ‘leeggeschraapt' via de plasbuis of wordt het soms met behulp van de laser geopereerd.

Bij u is de prostaat te groot om via de plasbuis te verwijderen. Daarom moet uw prostaat worden verwijderd via een buikoperatie.

Voorbereiding

U wordt geopereerd en bent daarom doorverwezen naar het Planbureau. Op deze afdeling wordt u ingeschreven voor de operatie. Ook krijgt u een afspraak bij de poli Preoperatieve Screening. Zie ook de folder ‘Opname bij geplande operatieve ingreep’.

Het Planbureau spreekt met u de datum van opname af. Een of enkele dagen vóór de opname informeert de afdeling u telefonisch over de tijd van nuchter blijven en hoe laat en waar u zich moet melden.

Opname

U meldt zich op de afgesproken tijd op de verpleegafdeling. Als u op de dag van de operatie wordt opgenomen blijft u nuchter zoals afgesproken. Gebruikt u (bloedverdunnende) medicijnen dan zijn er afspraken met u gemaakt over het gebruik hiervan.

De verpleegkundige wijst u de weg op uw kamer en bespreekt alle gegevens met u. Uw temperatuur, polsslag en bloeddruk wordt gemeten. Soms is het nodig om bloed af te nemen, bijvoorbeeld als u bloedverdunners gebruikt. U krijgt van de verpleegkundige een operatiehemd en een polsbandje met uw naam en geboortedatum.

Als u aan de beurt bent brengt de verpleegkundige u in uw bed naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamers. Daar neemt een OK-medewerker de zorg voor u over.

De operatie

De operatie gebeurt onder volledige verdoving (narcose) of met een ruggenprik. De uroloog maakt een snee (10-15 cm) in het midden van de onderbuik. Tijdens de operatie opent de uroloog de blaas om goed bij de prostaat te kunnen. Hierbij wordt de prostaat ‘leeg gepeld’. De prostaatklier wordt verwijderd en het kapsel blijft staan. Hierdoor ontstaat een opening, waardoor het plassen beter zal gaan. De verwijderde prostaatklier wordt voor de zekerheid opgestuurd voor weefselonderzoek.

Na de operatie

Na de operatie brengt de OK-medewerker u naar de uitslaapkamer. Daar wordt regelmatig gecontroleerd of u al wakker bent en hoe het met u gaat. Ook wordt uw bloeddruk gemeten. Als u goed wakker bent en er zijn geen bijzonderheden, brengt de verpleegkundige van de afdeling u naar uw kamer.

Als u op de afdeling komt heeft u een infuus in uw arm. Ook heeft u een katheter (een dunne flexibele slang) in de blaas waardoor de plas wordt afgevoerd. Via deze katheter wordt de blaas doorlopend gespoeld om de kans te verkleinen dat er stolsels ontstaan. Dit spoelen gebeurt nog enkele dagen. Het spoelen wordt langzaamaan afgebouwd.

Na de operatie heeft u een buikwond. Deze wond is dichtgemaakt met nietjes of met zelf oplosbare hechtingen. De nietjes worden 10 dagen na de operatie verwijderd. De anesthesioloog heeft afgesproken welke medicijnen u tegen de pijn krijgt. Dit kan via een slangetje in de rug met een pompje dat u zelf kunt bedienen of via medicijnen die u slikt. Soms heeft u een drain (een dun slangetje) in het wondgebied zitten. Deze drain voert een teveel aan wondvocht af. Deze drain wordt na enkele dagen verwijderd.

De dag na de operatie mag u voor de eerste keer uit bed komen. Afhankelijk van wat u kunt, wordt het aantal momenten dat u uit bed gaat in de dagen erna uitgebreid. De uroloog komt dagelijks aan uw bed om uw herstel te bespreken. Ook maakt hij afspraken met u over het verloop van de opname.

Mogelijke risico’s en complicaties

Urineweginfectie
Om het risico op infectie te verkleinen, krijgt u tijdens de operatie antibiotica via een infuus. De uroloog kan u adviseren om een aantal dagen voor de operatie ook antibioticatabletten te nemen. Als u deze tabletten nodig heeft, dan bespreekt de uroloog dit met u.

Nabloeding
Tijdens uw verblijf op de afdeling wordt bekeken of u nog veel bloed verliest vanuit de prostaat. Normaal gesproken stopt dit bloeden na een paar dagen. Soms kunt u thuis toch een nabloeding krijgen. Als u bloedverdunners gebruikt heeft u meer kans op een nabloeding. Om te voorkomen dat u een nabloeding krijgt is het belangrijk dat u tijdens de ontlasting niet perst. Zorg ervoor dat de ontlasting zacht blijft. De verpleegkundige legt u uit hoe u dit het beste kunt doen.

Tijdelijk urineverlies
In het begin heeft u moeite om de plas goed op te houden als u aandrang heeft om te plassen. Soms verliest u hierbij een beetje plas. Dit komt doordat de sluitspier, die onder de prostaat zit, aan de nieuwe situatie moet wennen. Dit is normaal en verdwijnt bij de meeste patiënten na enkele weken. Als het nodig is zorgt de verpleegkundige voor passend incontinentiemateriaal tijdens de opname en voor thuis. Als het urineverlies niet over gaat, neem dan contact op met de uroloog. De uroloog kan dan met u bespreken of u medicijnen of fysiotherapie nodig heeft. De medicijnen die de uroloog voor kan schrijven, verminderen de ongeremde samentrekkingen van de blaasspier en stellen het eerste aandranggevoel uit. In een zeldzaam geval blijft ongewild urineverlies bestaan.

Gevolgen voor de zaadlozing
Uw zaadlozing is anders. Het sperma komt niet naar buiten, maar gaat naar de blaas. Het ‘klaarkomen’ blijft wel hetzelfde. U kunt ook gewoon opgewonden raken en een erectie krijgen. Voor de vruchtbaarheid heeft dit dus ook gevolgen. Als u nog kinderen wilt verwekken moet u dit voor de operatie bespreken met uw uroloog.

Weer naar huis

Als u naar huis gaat krijgt u een afspraak mee voor een controlebezoek bij de uroloog. De controle is meestal 7 weken na de operatie.

Er is een kleine kans dat u met een blaaskatheter naar huis gaat. Dit kan nodig zijn als u bijvoorbeeld niet spontaan en goed genoeg kunt leegplassen. Om de blaas dan wat rust te geven gaat u met een blaaskatheter naar huis. Hoe dit thuis gaat, legt de verpleegkundige aan u uit. Ook krijgt u alle benodigdheden voor de blaaskatheter mee voor thuis.

Eerste tijd thuis

Als u weer thuis bent kunt u de eerste tijd nog klachten hebben. Deze klachten zijn bijna altijd tijdelijk. Ze gaan meestal vanzelf over:

  • Vaak aandrang om te plassen.
  • Branderig gevoel bij het plassen, vooral aan het begin of het einde.
  • Soms kan er nog wat bloed bij de plas zitten. Dit duurt meestal 1 - 2 weken maar kan zelfs 6 weken duren. Dit is normaal.
  • In het begin kan u wat moeite hebben om de plas goed op te houden als u aandrang heeft om te plassen (zie ook mogelijke risico’s en complicaties).

Adviezen voor thuis

Voeding

  • Drink minimaal 2 liter vocht per dag. Dit om de blaas goed te spoelen en de ontlasting dun te houden.
  • Drink tot 6 weken na de operatie geen alcohol.
  • Eet tot 6 weken na de operatie vezelrijke voeding (bijvoorbeeld volkoren producten, groenten en fruit). Dit is om de ontlasting gemakkelijker te maken. Persen verhoogt de druk rond het prostaatgebied. Daardoor kan de prostaat weer kan gaan bloeden. Heeft u toch nog moeite met de ontlasting, vertel dit dan aan de uroloog (of huisarts). Zij kunnen eventueel vezels voorschrijven.

Activiteiten
Na de operatie moet u zorgen dat er zo weinig mogelijk druk op de wond komt. Waar moet u op letten?

  • Tot 2 weken na de operatie niet baden; douchen mag wel. Als u langer in warm badwater ligt kan de prostaat namelijk weer gaan bloeden.
  • Tot 6 weken na de operatie niet sporten.
  • Tot 6 weken na de operatie geen lichamelijk zwaar werk doen. Vooral geen werk waarbij u uw buikspieren aanspant.
  • Tot 6 weken na de operatie niet fietsen. Auto rijden mag, maar alleen afstanden korter dan 1 uur.

Vrijen
Tot 6 weken na de operatie niet vrijen (geslachtsgemeenschap).

PDF
Stel PDF samen

Belangrijk

Voorbereiding
De operatie vindt plaats onder narcose. U moet nuchter blijven voor de operatie. Meer hierover leest u in de folder 'Opname bij geplande operatieve ingreep'

Contact
Neem contact op na de operatie:

  • Bij zeer bloederige plas of als u steeds grote stolsels in de plas heeft waardoor u niet meer kan plassen.
  • Als er bloed of vocht uit de operatiewond komt.
  • Als u niet kunt plassen.
  • Bij aanhoudende of plotselinge koorts (boven 38.5 °C).
  • Bij aanhoudende pijn die niet reageert op goede pijnstilling (paracetamol 4 x per dag 2 tabletten van 500 mg).

Poli Urologie, op werkdagen bereikbaar van 09:00 - 17:00 uur:                                             
0495 – 57 24 80

Buiten kantooruren met de afdeling Spoedeisende hulp (SEH):            
0495 – 57 26 10

Heeft u nog vragen?

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, dan kunt u contact opnemen met de poli Urologie. Op werkdagen bereikbaar van 09:00 – 17:00 uur.        

Poli Urologie:
0495 – 57 24 80