PDF
Stel PDF samen

AMBZ-zuidoost-logo_DEF-01.jpg 

Borstamputatie met reconstructie en drain

Met uw medisch specialist en verpleegkundige heeft u gekozen voor een borstamputatie met reconstructie door middel van een siliconen prothese. In deze folder leest u precies alles wat u voor, tijdens en na deze operatie te wachten staat. In bijlage 1 leest u wat een borstreconstructie precies inhoudt.

Wat is een borstamputatie met reconstructie?

Bij een borstamputatie wordt al het klierweefsel uit uw borst verwijderd. De borstspier blijft intact. Vaak wordt deze operatie gecombineerd met het verwijderen van een of meerdere lymfeklieren uit de oksel:

• De borst en de schildwachtklier worden verwijderd
• De borst en de okselklieren worden verwijderd

Na het verwijderen van de borst zorgt de plastisch chirurg voor de reconstructie door middel van een siliconen prothese. Soms is het noodzakelijk om de huid op te rekken voordat de siliconenprothese geplaatst kan worden. In dit geval wordt eerst een tissue expander geplaatst. Mocht dit bij u het geval zijn dan legt uw plastisch chirurg van tevoren precies uit hoe dit in z’n werk gaat. Het kan zijn dat de plastisch chirurg tijdens de operatie beslist dat er bij u een tissue expander geplaatst zal worden.

Voorbereiding

Binnenkort wordt bij u een borstamputatie met reconstructie door middel van een siliconen prothese/tissue expander uitgevoerd. U wordt hiervoor opgenomen in ons ziekenhuis. U blijft na deze operatie één of meer nachten bij ons slapen.

Belangrijke punten als voorbereiding op uw operatie:

  • Nuchter zijn
    Om braken tijdens en na de operatie te voorkomen, is het belangrijk dat u nuchter bent. Dit betekent dat u tot zes uur voor de operatie gewoon kunt eten en drinken, maar liever geen extreem vette maaltijden. U kunt tot twee uur voor de operatie heldere vloeistoffen drinken, (water, thee, koffie (zwart, zonder, melk dus!) zonder koolzuur.

  • Medicijnen
    Meld altijd aan de anesthesioloog welke medicijnen u gebruikt. Bepaalde medicijnen (zoals bloedverdunners) kunt u een aantal dagen voor de borstreconstructie niet meer gebruiken. De anesthesioloog bespreekt met u welke medicijnen u voor de operatie kunt blijven gebruiken.

  • Roken
    Wij raden u aan om minstens zes weken voor de operatie te stoppen met roken. Nicotine vernauwt de bloedvaten waardoor problemen bij de wondgenezing kunnen optreden. Daarnaast zijn de ademhalingswegen van rokers vaak geïrriteerd en daardoor gevoeliger voor ontstekingen. Tevens stimuleert roken de maagzuurproductie. Bovendien kan hoesten na de operatie erg pijnlijk zijn.

  • Uiterlijke verzorging
    Zorg ervoor dat uw huid schoon is wanneer u naar het ziekenhuis komt. Verwijder eventuele make-up en piercing(s) en/of contactlenzen. Sieraden en andere kostbaarheden kunt u beter thuislaten. Uw kunstgebit, gehoorappara(a)t(en) en/of bril mag u meenemen naar de operatiekamer.

  • Ontharen
    Wij vragen u uw oksels vanaf drie dagen voor de operatie niet meer zelf te ontharen met een tondeuse, scheermesje of ontharingscrème, omdat u daarmee het risico op infecties operatie vergroot.

  • Dieet/allergieën
    In verband met de catering in het ziekenhuis vragen wij u eventuele allergieen met betrekking tot eten en drinken voorafgaand aan de operatie door te geven aan de verpleegkundige, zodat wij hier rekening mee kunnen houden.

Dag van de operatie

Het is heel belangrijk dat u op de dag van uw operatie de volgende benodigdheden meeneemt:

  • Een beha zonder beugels die goede steun geeft, liefst een sportbeha met voorsluiting.
  • Een pyjama, het liefst een shirt met knoopjes aan de voorkant, zodat het makkelijk is om deze na de operatie aan te trekken.
  • (bad-) Slippers.
  • Ochtendjas
  • Toiletartikelen.

Indien u medicatie gebruikt:

  • Uw medicatie overzicht. Deze is af te halen bij uw apotheek.

Voordat u naar de operatieafdeling gaat, vraagt de verpleegkundige u een operatiehemd aan te doen. Soms krijgt u een kalmerend middel van de verpleegkundige via een tablet. Dit middel is een voorbereiding op de algehele anesthesie. U kunt hiervan een slaperig gevoel en een droge mond krijgen.

Tijdstip van uw operatie

Wij zullen u tijdens de opname een tijdsindicatie geven hoe laat de ingreep zal plaatsvinden. Deze tijd is een richttijd en zal altijd aan onvoorziene en onverwachte gebeurtenissen onderhevig zijn.

De operatie

Hoe lang de operatie precies duurt, hangt af van de grote van de ingreep die met u is afgesproken. Tijdens de operatie worden er een of twee dunne slangetjes aangebracht in het operatiegebied (drains), om bloed, wond- en lymfevocht te laten aflopen.

Na de operatie

Na de operatie wordt u wakker op de uitslaapkamer. De chirurg zal uw contactpersoon hierover telefonisch op de hoogte stellen. Als u goed wakker bent, wordt u teruggebracht naar de verpleegafdeling.

Na de operatie heeft u waarschijnlijk in meer of mindere mate pijn. Voor uw herstel is het van belang dat u na de operatie zo min mogelijk last heeft van pijn. De verpleegkundige op de afdeling zal u vragen om aan te geven of u op dat moment pijn heeft. Voor een goede pijnbehandeling voor, tijdens en na de ingreep is het van belang dat u de mate van pijn op dat moment aangeeft. Na de ingreep wordt zowel op de uitslaapkamer als op de afdeling gekeken hoeveel pijn u heeft. Dit gebeurt met behulp van een vraag waarop u de mate van pijn op een schaal van 0 tot 10 kunt aangeven.

Na de operatie komen de chirurg en de plastisch chirurg kijken hoe het met u gaat en of de wond goed geneest. De verpleegkundige ondersteunt u waar nodig bij de verzorging. 

Na de operatie bekijkt u samen met de verpleegkundige en eventueel met uw partner, de wond. Als u goed herstelt, kunt u naar huis.

Voordat u naar huis gaat is er nog een mogelijkheid om een tijdelijke protheses te laten aanmeten door de afdelingsverpleegkundige. De tijdelijke prothese is voor de periode dat er tissue expanders geplaatst zijn en nog niet volledig gevuld. Daarnaast zal de verpleegkundige nog de oefeningen met u doornemen om uw schouder aan de geopereerde kant van uw lichaam goed beweeglijk te houden.

Het kan zijn dat u met een drain naar huis gaat. Lees in dat geval de instructie in bijlage 2 van deze folder.

Onderzoek van weggenomen weefsel en klier(en)

Na de operatie worden het weggenomen weefsel en de lymfklier(en) onderzocht door de patholoog. Het onderzoek levert de volgende informatie op:

  • Hoe groot is de tumor?
  • Wijken de tumorcellen sterk af van de gezonde cellen?
  • Hoe snel groeien de tumorcellen?
  • Is tijdens de operatie de gehele tumor verwijderd?
  • Hebben de borstkankercellen zich verspreid naar de lymfeklieren?
  • Hebben de borstkankercellen hormoonreceptoren? Dat wil zeggen: delen de kankercellen zich onder invloed van vrouwelijke hormonen?
  • Hebben de borstkankercellen HER2-receptoren? Ongeveer 20 procent van de borstkankerpatiënten heeft deze overmaat van eiwitten. Deze eiwitten worden ook wel HER2neu-receptoren genoemd. Ze zorgen ervoor dat groeiprikkels aan de kankercellen worden doorgegeven.

Uitslag

Het duurt ongeveer 7 á 10 werkdagen voordat de uitslag van de patholoog bekend is. Als de uitslag bekend is, wordt u hierover geïnformeerd door de medisch specialist tijdens het polikliniek bezoek. De informatie van de uitslag gebruikt de medisch specialist om te bepalen of er vervolgbehandelingen nodig zijn. De uitslag wordt opnieuw door het team van specialisten besproken. Daaruit volgt het definitieve advies voor een eventuele vervolgbehandeling.

Risico's en complicaties

Een borstreconstructie heeft dezelfde risico’s als elke andere operatie. Er bestaat een kans op een nabloeding, trombose, longontsteking of er kan een wondinfectie optreden. Infectie bij een prothese betekent meestal dat deze niet behouden kan worden. De prothese moet dan worden verwijderd en uw wond moet vanzelf genezen. U heeft dan (tijdelijk) geen inwendige prothese(s). U kunt in dat geval (tijdelijk) een uitwendige prothese(s) gebruiken.

Daarnaast kan het soms voorkomen dat het lichaam een bindweefselkapsel vormt rond een ingebrachte prothese, waardoor de borst hard en pijnlijk aanvoelt. Dit gebeurt bij ongeveer een kwart van de vrouwen. Een harde en pijnlijke borst is te behandelen met behulp van ingreep. Bij deze methode wordt het kapsel tijdens een operatie ingesneden zodat er meer ruimte voor de prothese ontstaat. Als de borstprothese onder de borstspier geplaatst wordt, treedt minder kapselvorming op, maar deze methode is niet altijd mogelijk.

Een zeldzame complicatie bij een borstreconstructie is dat de bloedcirculatie in de wondranden of het verplaatste weefsel onvoldoende is. Dan kan weefselversterf optreden. Dat kan betekenen dat de reconstructie (deels) verloren gaat.

Hoe kunt u zelf meewerken aan uw herstel?

Het is belangrijk dat u al snel na uw operatie weer in beweging komt. Dit is goed voor uw bloedcirculatie en uw spijsvertering. Wanneer uw arts geen bezwaar heeft, zijn bewegingen in bed, bijvoorbeeld het aanspannen van de spieren van het been, voeten en tenen optrekken en rechtop gaan zitten, goed voor uw herstel. Wanneer u wilt gaan zitten is het belangrijk uw wond te ontzien. Het is belangrijk is dat u niets forceert t.a.v. het operatiegebied. Uw verpleegkundige kan u hier instructies over geven.

Naar huis

Als gevolg van uw operatie bent u meestal niet meteen weer fit, maar als u zich goed voelt kunt u uw normale leefpatroon met mate weer oppakken. Dit verschilt per persoon en per ingreep.

Informatie na ontslag

U bent geopereerd aan uw borst(en). U bent voor 1 of 2 nachten opgenomen geweest. Nu gaat u naar huis met instructies over de revalidatie na de operatie. De eerste dag na thuiskomst wordt u door een van onze verpleegkundigen gebeld, dit gebeurt alleen wanneer u met een drain naar huis gaat. U kunt met uw vragen of onduidelijkheden omtrent uw operatie of ziekte bij haar terecht.

Wat kunt u de dagen na de operatie doen:

  • Douchen
    U hoort van de verpleegkundige wanneeu u mag douchen.

  • Roze kleur
    De roze kleur op uw huid in het operatiegebied kunt u er beter niet af boenen. De roze kleur wordt minder na het douchen. • Baden of zwemmen De komende 4 - 6 weken niet baden of zwemmen.

  • Pleisters
    Verwijder de pleisters niet zelf, deze blijven in principe een week zitten. Ze kunnen wel eerder loslaten. Wanneer de pleisters loslaten hoeven ze niet meer vervangen te worden.

  • Verband
    Als de wond nog lekt, kunt u de gazen naar behoefte vervangen.

  • Hechtingen
    De hechtingen zijn oplosbaar, ze hoeven dus niet verwijderd te worden.

  • Drain
    Lees indien u met een drain naar huis gaat de draininstructie in bijlage 2 van deze folder.

  • Beha
    Het is belangrijk om een goede beha te dragen voor het ondersteunen van de borsten. Liefst dag en nacht. In principe 4 - 6 weken 24 uur per dag. U kunt hiervoor een sportbeha meenemen.

  • Tijdelijke prothese(s)
    Op de verpleegafdeling zijn (tijdelijke) protheses aanwezig. Deze kunnen, indien gewenst, aangemeten worden samen met de afdelingsverpleegkundige.

  • Belasten en mobiliseren
    Na een borstamputatie met reconstructie adviseren wij u 6 weken niet boven de 2 kg te tillen en uw bovenarm niet hoger dan 90 graden te laten komen.
    • Zwaar lichamelijk werk (o.a. huishoudelijk werk, tuinieren en sporten) wordt de eerste 6 weken afgeraden.
    • Autorijden wordt afgeraden totdat u het stuur weer optimaal kunt hanteren.
    • Blijf liever niet te veel in bed liggen. U kunt uw armen op geleide van de pijn bewegen. Dus alleen meer bewegen wanneer het geen pijn doet. Zie ook de folder ‘Oefeningen na een borstoperatie met reconstructie’.
  • Pijnstilling
    Zo nodig krijgt u een recept voor pijnmedicatie mee naar huis. Probeert u zich aan de richtlijntijden te houden. De verpleegkundige zal bij ontslag de gewenste tijden voor inname van de medicijnen met u doornemen. Bij veel pijn kunt u een klein kussentje gebruiken om ‘tegendruk’ bij de wond te geven of onder de arm te leggen. Het is verstandig om voor de operatie al Paracetamol in huis te hebben (indien er geen sprake is van een allergie hiervoor).

  • Antistolling medicatie
    Indien van toepassing zal de chirurg u vertellen wanneer u weer met uw medicatie kan starten.

  • Polikliniekafspraak
    Na ongeveer een week na de operatie wordt u bij ons op de polikliniek verwacht. Tijdens deze afspraak;
    • krijgt u de uitslag van het onderzochte weefsel
    • wordt het verdere behandeltraject met u besproken
    • controleert de medisch specialist uw wond
    • wordt het verdere traject ten aanzien van het mobiliseren besproken.
  • Hulp
    Het kan verstandig zijn om voor de eerste periode hulp in huis te regelen.

Bijlage 1


Wat gebeurt er bij een reconstructie?

Wat is een reconstructie?

Een borstreconstructie is mogelijk bij vrijwel iedere vrouw, ook bij vrouwen van wie de huidkwaliteit minder goed is, bijvoorbeeld door bestraling. Een borstreconstructie kan worden uitgevoerd na zes tot twaalf maanden na een amputatie, of na beëindiging van eventuele bestraling en/of chemotherapie. Het is ook mogelijk de reconstructie direct uit te voeren tijdens de operatie waarin de amputatie wordt verricht.

Voor- en nadelen van een borstreconstructie

Als u een borstreconstructie overweegt, is het belangrijk hierover reële verwachtingen te hebben. Een gereconstrueerde borst zal in vorm en grootte altijd duidelijk verschillen van een natuurlijke borst. De borst voelt ook anders aan. Toch zijn vrouwen die een borstreconstructie hebben ondergaan in het algemeen zeer tevreden met het uiteindelijke resultaat. Ze durven weer alles aan en voelen zich daardoor psychisch sterker.

Een borstreconstructie is zowel lichamelijk als geestelijk een zware ingreep. Vaak zijn meerdere operaties noodzakelijk. Daar komt nog bij dat het soms nodig is de natuurlijke borst te verkleinen of te verstevigen om beide borsten zo veel mogelijk op elkaar te laten lijken.

Protheses

Bij sommige borstreconstructies worden protheses ingebracht. Die bestaan uit een soepel siliconenomhulsel, dat is gevuld met een siliconenvulling die vast van vorm is. De prothese kan ook leeg zijn en tijdens of na de operatie gevuld worden met fysiologische zoutoplossing. Dit heet een tissue expander. Protheses zijn er in verschillende maten.

Lekkende protheses

De laatste jaren is er discussie ontstaan over gezondheidsklachten die zouden zijn ontstaan door lekkende siliconenprotheses. In Nederland stelt de overheid zich vooralsnog op het standpunt dat het verband tussen inwendige siliconenprotheses en gezondheidsklachten wetenschappelijk niet duidelijk is aangetoond. Daarom is de toepassing van deze protheses toegestaan.

Het Alexander Monro regio Zuidoost locatie SJG Weert gebruikt erkende protheses die door de meeste leden van de NVPC (Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgen) worden gebruikt.

Verschillende methodes

Er zijn verschillende manieren om een borst te reconstrueren. Niet iedere methode is geschikt voor elke patiënt. Welke methode voor u het meest geschikt is, zal de plastisch chirurg met u bespreken.

Implanteren van een prothese

Is er voldoende soepele en gave huid aanwezig en is de grote borstspier nog intact, dan is het implanteren van een prothese onder deze huid en spier de eenvoudigste manier om een nieuwe borst te maken. Bij deze operatie wordt gebruik gemaakt van het litteken van de amputatie. De ingreep duurt ongeveer een uur en de ziekenhuisopname één of twee dagen. Als u bestraald bent, zal de plastisch chirurg u mogelijk een andere techniek adviseren.

Implanteren van een prothese voor weefselexpansie

Als er na de amputatie onvoldoende huid aanwezig is, maar is de huid wel van goede kwaliteit, dan kan de huid worden opgerekt met een prothese (weefselexpansie). Voor deze methode moet de grote borstspier nog intact zijn. Zo’n prothese voor weefselexpansie, ook wel tissue expander genoemd, is net een lege ballon. Deze ballon wordt via het litteken van de amputatie onder de grote borstspier ingebracht. Het implanteren van de tissue expander neemt ongeveer een uur in beslag. U zult één tot twee dagen in het ziekenhuis worden opgenomen.

Twee weken na de operatie wordt begonnen met het geleidelijk vullen van de prothese met fysiologische zoutoplossing tot de gewenste cupmaat is bereikt. Dit gaat in etappes. Het vullen gebeurt met een injectienaald waarmee via de huid de vulnippel wordt aangeprikt. Het vullen duurt ongeveer twee minuten per keer en is meestal niet erg pijnlijk. Om het oprekken van de borsthuid te vergemakkelijken kunt u de borst masseren met crème of olie. Voor het vullen van de prothese moet u gedurende vier tot acht weken wekelijks naar de polikliniek.

Na een rustperiode van 3 - 6 maanden volgt meestal een tweede operatie waarbij de expander wordt vervangen door een echte prothese.

Tepelreconstructie

Naast reconstructie van de borst is het ook mogelijk om de tepel te reconstrueren. Meestal gebeurt dit zes tot twaalf maanden na de borstreconstructie. De tepel zelf wordt in de regel gemaakt van een deel van de tepel van de andere borst of van plaatselijk aanwezige huid. De tepelhof wordt gereconstrueerd door de huid te tatoeëren. Een tepelreconstructie kan poliklinisch worden uitgevoerd.

Bijlage 2

Draininstructie

De drain die tijdens de operatie bij u is ingebracht, heet een redondrain of vacuümdrain. De drain zelf is een dun slangetje die in het wondgebied ligt. Doordat de drain zit aangesloten op een vacuüm drainpot, wordt het overtollige wondvocht uit uw lichaam gezogen. Het groene harmonicadopje op de redondrain is helemaal ingetrokken waardoor er bovenop het dopje een kuil ontstaat; dit laat zien dat er vacuüm op de drain staat. Als de drainpot niet meer vacuüm is, staat het groene harmonicadopje omhoog en is de bovenkant plat getrokken.

Belangrijke aandachtspunten

  • Het is belangrijk dat u 1 x per 24 uur de drainproductie aftekent (en meerdere malen per dag controleert). Het is het beste om dit iedere dag op hetzelfde tijdstip te doen, bijvoorbeeld iedere morgen na het opstaan. Op de sticker op de redonpot, naast de schaalverdeling, kunt u aftekenen hoeveel de drain heeft gelopen. U kunt hier ook de datum van die dag bijzetten. Noteer ook de precieze productie van de drain per 24 uur op de laatste pagina van deze folder.

  • Wilt u minimaal 3 x per dag (’s morgens – ’s middags – ’s avonds) controleren of de drain nog vacuüm is door het groene harmonicadopje te controleren?

  • Er zijn een aantal voorwaarden wanneer een drain verwijderd mag worden; - indien deze 50cc per 24 uur is, dan eerst overleg met de verpleegkundige/arts of de drain verwijdert mag worden.

  • Als u signaleert dat er stolsels in de drainslang zitten, is dit niet alarmerend en hoeft u geen actie te ondernemen. Als er hierbij geen productie van de drain meer is en er wel lekkage langs de drain optreed, is er waarschijnlijk wel sprake van een verstopping en moet u contact opnemen met het ziekenhuis. De verpleegkundig specialist / mammacare verpleegkundige heeft iedere werkdag telefonisch contact me u.

Drainpot schema drainproductie

Als de drainpot niet vacuüm is of vol zit, neem dan contact op met het ziekenhuis.

Verwijderen van de drain

De drain mag in principe verwijderd worden indien de productie van wondvocht en/of bloed minder dan 30 ml per 24 uur (tenzij arts anders heeft afgesproken) is. Voor het verwijderen kunt u een afspraak maken op de polikliniek in het Alexander Monro regio Zuidoost locatie SJG Weert. In de avond en in het weekend worden de drains verwijderd op de SEH.

Neem in de volgende situaties eerder contact met ons op en wacht niet het poliklinisch bezoek af:

  • Heeft u koorts (boven 38,5 °C)
  • Is de drain na het verwisselen van de drainpot weer niet vacuüm?
  • Is de drainpot na het verwisselen weer vol?
  • Ervaart u andere problemen?

Neem tijdens deze afspraak het ingevulde schema in deze folder mee.

 Schema-drainproductie-borstamputatie-met-reconstructie.jpg

Heeft u nog vragen?

Bij vragen of problemen kunt u contact opnemen.

0495 – 57 20 80
Maandag t/m vrijdag:
08:30 – 16:30 uur  

U kunt ons ook altijd mailen:
alexandermonrozuidoost@sjgweert.nl

Buiten kantoortijden kunt u contact opnemen met de spoedeisende hulp (SEH):
0495 – 57 26 10 

Neem direct contact met ons op:

  • wanneer de wond veel nabloed;
  • wanneer de drain opeens veel gaat produceren;
  • bij koorts boven de 38,5 ℃;
  • wanneer de wond kloppende pijn veroorzaakt en de wond er rood en vurig uitziet;
  • bij te veel vochtophoping (seroom);
  • bij onvoldoende pijnstilling.

Controleer de wonden op roodheid, wondlekkage, harde plekken en het wijken van de wondranden. Bij roodheid van de wond of hevige pijn, is het raadzaam uw temperatuur te controleren.