TUR-Blaas operatie

Verwijderen van blaaspoliepen (TURB)

Urologie

U wordt binnenkort behandeld aan een blaaspoliep. Deze folder kan u helpen u voor te bereiden op de ingreep. De informatie is bedoeld als aanvulling op het gesprek met uw arts.

Wat betekent TURB?

Deze ingreep wordt ook wel 'TUR-Blaas' genoemd. De letters TURB staan voor: Trans Urethrale Resectie van Blaaspoliepen. Dat wil zeggen het weghalen van blaaspoliepen via de plasbuis.

Waarom behandelen?

Een goedaardige poliep kan zich ontwikkelen tot een agressieve kwaadaardige poliep met doorgroei in de blaaswand. Zo ontstaat blaaskanker.

Voor de operatie

Na het bezoek aan de uroloog gaat u naar het Planbureau om u in te schrijven voor de operatie. U krijgt hier een afspraak voor het bezoek aan de poli Preoperatieve Screening. Hier bespreekt men o.a. welke verdoving voor u het beste is.

Als u bloedverdunnende medicijnen gebruikt, spreekt de behandelend arts met u af vanaf wanneer u tijdelijk moet stoppen met deze medicijnen.

5 tot 7 dagen vóór de operatie levert u urine in op het laboratorium (route 40). Op de poli heeft u uitleg gekregen en een potje om de urine in op te vangen.

Om huidbeschadigingen met als gevolg risico op een wondinfectie te voorkomen, wordt ten zeerste afgeraden om vóór de ingreep de haren te verwijderen in het operatiegebied. Indien u regelmatig de haren verwijderd in het operatiegebied, dan mag u tot 7 dagen vóór de operatie géén haren verwijderen. Vindt de specialist het alsnog nodig om haren te verwijderen, dan zal dit plaatsvinden in het OK-complex.

Op de dag dat de operatie plaatsvindt wordt u opgenomen. Het tijdstip van opname spreekt het Planbureau met u af.

Dag van operatie

Ongeveer 2 uur voor de ingreep krijgt u van de verpleegkundige medicijnen. Meestal is dit een zetpil tegen de pijn en rustgevende medicatie in tabletvorm. Meestal krijgt u een spuitje tegen trombose. Dit gebeurt soms vóór, soms na de operatie.

Op de operatieafdeling krijgt u een infuus ingebracht. Dit is voor toediening van vocht en medicijnen.

De operatie

Na toediening van de verdoving zal de uroloog de blaaspoliepen verwijderen. Als u plaatselijk verdoofd bent, blijft u bij bewustzijn en kunt u zelf zien hoe dit gaat.

Via de plasbuis zal hij een instrument in de blaas brengen. Met dit instrument kan de uroloog opereren. Met behulp van een soort elektrisch mes wordt de poliep verwijderd. Om zeker te weten of de poliep niet kwaadaardig is, wordt deze altijd opgestuurd naar de patholoog-anatoom voor onderzoek. Hierna wordt een 'blaasspoelkatheter' in de blaas gebracht om de bloedresten weg te spoelen. Deze spoeling wordt ook op de verpleegafdeling voortgezet. Door spoeling voorkomt men een verstopping van de blaaskatheter waardoor de urine af kan vloeien. Daags na de ingreep worden de katheter en het infuus meestal weer verwijderd.

Blaasspoeling met cytostatica
Het kan zijn dat de uroloog het na de operatie nodig vindt om de blaas met een cytostaticum te spoelen. Dit medicijn heet Mytomicine C (afgekort MMC). Dit medicijn wordt op de verpleegafdeling door de verpleegkundige via het spoelsysteem in uw blaas gebracht.

Mogelijke complicaties

Na de operatie kunnen de wondjes die in de blaas zijn ontstaan bij de operatie, weer gaan bloeden. Soms kunt u een blaasontsteking krijgen.

Het herstel

Na het verwijderen van de katheter kunt u weer zelf plassen. Dit kan gepaard gaan met klachten van branderigheid en pijn, zeker als u de eerste keer moet plassen. Het gevoel is vergelijkbaar met het plassen na de cystoscopie. Mogelijk zal uw urine wisselend met of zonder bloed zijn. Extra drinken is belangrijk om problemen te voorkomen.

Meestal mag u de dag na het verwijderen van de katheter naar huis. Dit is afhankelijk van de hoeveelheid bloed bij de urine en of het plassen vlot verloopt. Houdt er rekening mee dat ook thuis nog bloed en/of weefselpropjes uitgeplast worden. Dit is normaal.

Naar huis

Er wordt een controle afspraak gemaakt voor 14 dagen na de ingreep. Hier wordt de uitslag van het weefselonderzoek (van de poliep) met u besproken.

Leefregels

Na de operatie mag u 3 weken:

  • niet fietsen;
  • geen zware lichamelijke inspanning verrichten zoals tillen/sporten;
  • geen alcohol gebruiken.
PDF
Stel PDF samen

Belangrijk

Contact
Neem contact op als het bloeden flink toeneemt en na extra drinken niet stopt.

Poli Urologie, bereikbaar op werkdagen van 09:00 - 17:00 uur:
0495 – 57 24 80

Buiten kantooruren met de afdeling Spoedeisende Hulp:
0495 – 57 26 10

Heeft u nog vragen?

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, dan kunt u contact opnemen met de poli Urologie. Op werkdagen bereikbaar van 09:00 – 17:00 uur.        

Poli Urologie:
0495 – 57 24 80