Obductie

Informatie voor nabestaanden

De behandelend arts heeft u mogelijk gevraagd of obductie gedaan mag worden bij een overleden dierbare. Op deze pagina krijgt u antwoord op de vraag wat dit precies inhoudt. Deze informatie is mogelijk van belang bij uw beslissing om wel of niet toestemming te geven voor obductie.

Als u na het lezen van deze informatie nog vragen heeft, kunt u deze natuurlijk altijd stellen aan de arts. Hij of zij zal u helpen een besluit te nemen waar u later geen spijt van heeft.

We leggen uit waarom obductie belangrijk is en wat er bij dit onderzoek allemaal gebeurt. Lees deze informatie goed door en spreek met de arts een tijd af wanneer u vertelt of u toestemming geeft voor obductie of niet.

Wat is een obductie?

Obductie is een inwendig onderzoek op een overleden persoon. Het onderzoek wordt gedaan door een patholoog, dit is een medisch specialist. Voordat de patholoog aan de obductie begint, onderzoekt hij het lichaam eerst uitgebreid van buiten: het uitwendig onderzoek. Daarna begint het inwendige onderzoek, waarbij vrijwel alle organen van de overledene onderzocht worden. Een obductie is te vergelijken met een operatie en zal altijd zo worden gedaan dat er achteraf vrijwel niets meer van te zien is. Het onderzoek gebeurt uiteraard op een respectvolle manier.

Toestemming voor obductie

Een obductie mag niet zonder toestemming van de nabestaanden worden uitgevoerd. Het begint met de vraag van de arts of obductie mag worden gedaan. Nadat u de folder heeft gelezen vraagt de arts of verpleegkundige of u nog vragen heeft. U als nabestaande bent degene die besluit of u toestemming geeft voor obductie. Besluit u geen toestemming te geven, dan wordt geen obductie gedaan. Het is ook mogelijk om beperkte toestemming te geven. U kunt dan bepalen wat wel en wat niet onderzocht mag worden.

De toestemmingsprocedure is anders bij een zogenaamde niet-natuurlijk dood. Dit is vooral van toepassing indien er een vermoeden is op een medische fout. Lees hierover meer op pagina 8 in deze folder: ‘Kan ik voorwaarden stellen?’

De toestemmingsprocedure is ook anders bij kinderen tussen 1 en 18 jaar. Er kan dan een zogenaamde NODO procedure gestart worden. In dat geval spreekt men niet meer van een gewone obductie maar van een NODO procedure. De kinderarts vertelt u hier meer over.

Tenslotte geldt dat als de overledene zelf vooraf in een wilsbeschikking heeft bepaald dat hij/zij geen obductie wenst, u dan als nabestaande geen toestemming kunt geven voor een obductie.

Waarom obductie?

De uitslag van de obductie kan direct gevolgen hebben voor de nabestaanden bijvoorbeeld bij een erfelijke of besmettelijke ziekte. In het geval van een erfelijke ziekte kunnen bijvoorbeeld de ouders van een overleden kind de informatie laten meespelen bij het krijgen van meer kinderen. Ook bij acute hartstilstand kunnen erfelijke factoren gevonden worden die voor verwanten van belang kunnen zijn.

Bij een besmettelijke ziekte moet actie worden ondernomen om eventueel besmette personen op te sporen en te onderzoeken. De arts zal dit met u bespreken.

Het is niet altijd duidelijk waaraan iemand precies is overleden. Nabestaanden en artsen willen vaak weten hoe het ziekteproces en de daaropvolgende dood verlopen is. Of men wil weten hoe ernstig een ziekte was en of dat er nog andere ziekten in het spel waren.

De obductie is het hulpmiddel om goed te onderzoeken wat in de laatste levensfase is gebeurd. Zo kan men achteraf controleren of een medische behandeling juist is geweest en hoeveel effect dit heeft gehad. Hieraan heeft de overleden patiënt zelf niets meer, maar dit is wel belangrijk voor andere patiënten. Zij kunnen profiteren van de lessen die van een obductie geleerd worden. Uit ervaring weten we dat ook bij patiënten waar het allemaal duidelijk leek, zich toch nog zaken kunnen voordoen die niemand had verwacht. De informatie die een obductie oplevert helpt de artsen om kritisch naar de door hen ingestelde behandeling te kijken.

Een andere reden voor obductie is het belang voor de wetenschap. Van veel ziekten is een groot deel van de kennis gehaald uit studies van obductiemateriaal.

Wat gebeurt er bij een obductie?

In het kort gezegd wordt bij een obductie het lichaam van een overledene geopend en worden de organen in het lichaam geïnspecteerd. Daarna worden ze over het algemeen één voor één uit het lichaam gehaald, gewogen, en ook ingesneden om de binnenkant te kunnen inspecteren.

Vervolgens wordt uit elk orgaan een klein stukje weefsel genomen om met een microscoop te onderzoeken. Dat is belangrijk, omdat niet alle afwijkingen met het blote oog te zien zijn. Daarna worden de organen teruggeplaatst in het lichaam, behalve de organen waarvan het onderzoek nog niet afgerond kan worden (bijvoorbeeld bij onderzoek van de hersenen). Het lichaam wordt gesloten om vervolgens te worden overgedragen aan de begrafenisondernemer.

Nadat de overledene voor een opbaring is aangekleed, is van de obductie niets meer te zien. Wel is het zo dat bij kale mensen, in geval van onderzoek van de hersenen (door schedellichting) de obductie niet onzichtbaar gemaakt kan worden. Als nabestaanden dit laatste bezwaarlijk vinden, kunnen zij dit bespreken met de arts. Er kan dan bijvoorbeeld een gedeeltelijke obductie plaatsvinden.

In de meeste ziekenhuizen wordt voor hersenonderzoek apart toestemming gevraagd aan de nabestaanden. Dit is niet wettelijk verplicht. Als u bezwaar heeft tegen hersenonderzoek, vertel dit dan aan de arts.

Ook is het belangrijk te weten, zoals eerder al vermeld, dat de hersenen niet onmiddellijk onderzocht kunnen worden, maar eerst behandeld moeten worden. De hersenen worden daarom niet teruggeplaatst maar later, apart gecremeerd.

Het bewaren van weefsel en organen

Er zijn omstandigheden waarin, behalve de kleine stukjes weefsel voor het microscopisch onderzoek, één of meer organen (of delen daarvan) langer worden bewaard. Redenen om weefsel of organen langer te bewaren:

  1. Het orgaan is héél klein en moet daarom in zijn geheel voor het aanvullend microscopisch onderzoek worden meegenomen.
  2. Het gaat om een ingewikkelde afwijking van het orgaan. Dit maakt uitgebreider onderzoek noodzakelijk. Soms wordt hiervoor de hulp van een expert gevraagd.
  3. Het weefsel of orgaan moet eerst bewerkt worden voordat het onderzocht kan worden. De bewerking kan enkele dagen en soms weken in beslag nemen. Voor hersenonderzoek is bijvoorbeeld een periode van 6 tot 12 weken nodig voor bewerking en beoordeling. Dit maakt het langer bewaren van (delen van) de organen noodzakelijk om een oorzaak vast te stellen.
  4. Een (deel van een) orgaan wordt bewaard voor onderwijsdoeleinden. Als een bepaalde ziekte duidelijk zichtbaar is, kan het een belangrijke bijdrage leveren aan het onderwijs aan medische studenten, artsen en verpleegkundigen.

Als bepaalde organen (of delen daarvan) langer bewaard worden, dan worden deze weefsels of organen niet met de overledene mee begraven of gecremeerd. Zij worden later alsnog gecremeerd door het ziekenhuis, behalve als ze bewaard blijven voor onderwijsdoeleinden. Als u hiertegen bezwaar heeft, kunt u dit kenbaar maken aan de arts. Als uw bezwaar ertoe leidt dat tijdens de obductie onvoldoende gegevens kunnen worden verkregen, dan zal de arts dit met u bespreken. U kunt dan samen een voor u aanvaardbare beslissing nemen.

Hoe lang duurt de procedure?

Als u toestemming geeft, wordt de overledene naar een afdeling pathologie overgebracht en wordt op korte termijn (meestal één werkdag) obductie verricht door een patholoog. Als de periode voor obductie te lang duurt, bijvoorbeeld bij overlijden in het weekend, dan kan daar in overleg een oplossing voor worden gevonden.

Het hele onderzoek zoals hierboven beschreven duurt ongeveer 1 tot 3uur. Daarna haalt de begrafenisondernemer de overledene op voor de voorbereidingen voor opbaring, begrafenis of crematie. Meestal kan bij een obductie de officiële gang van zaken rond een begrafenis of crematie gewoon doorgaan.

Na de obductie maakt de patholoog een verslag dat hij opstuurt naar de arts die de obductie heeft aangevraagd. Als u dat wilt maakt deze arts een afspraak met u om het verslag van de patholoog met u te bespreken. De afspraak hiervoor is meestal ruim een maand na de obductie zodat het verslag helemaal afgerond is. Als u dan nog vragen heeft, kunt u deze met de arts bespreken. Indien nodig, kan de arts contact opnemen met de patholoog voor verdere toelichting.

Uitzonderlijke situaties: een niet natuurlijk dood

Als iemand een niet-natuurlijke dood is gestorven of als het in het belang van de volksgezondheid is een obductie uit te voeren, dan gelden andere procedures.

Ongeval of misdrijf
Iemand die overlijdt na een ongeval, misdrijf of een vermoeden daarvan, is een niet-natuurlijke dood gestorven en moet gezien worden door een gemeentelijke lijkschouwer. Na overleg met justitie, kan een officier van justitie een gerechtelijke obductie laten verrichten of besluiten om het lichaam vrij te gegeven. Een gerechtelijke obductie gebeurt bij een misdrijf of een vermoeden daarvan en wordt verricht door een gerechtelijk patholoog. Voor een gerechtelijke obductie is toestemming van de familie niet nodig. De officier van justitie legt dan beslag op het lichaam.

Als het lichaam wordt vrijgegeven en nabestaanden of de arts willen precies weten wat er gebeurd is, dan kan een obductie plaatsvinden door de patholoog van het ziekenhuis. Hiervoor is altijd toestemming van de nabestaanden nodig.

Medische fout
Ook als er een vermoeden is op een medische fout kan men om een obductie vragen. Het is in de praktijk soms moeilijk aan te geven of het om een medisch risico gaat of om een fout. U kunt de aanvragend arts vragen u het verschil tussen risico en fout uit te leggen. Als er sprake is van een fout dan wordt de geneeskundige inspectie erbij betrokken.

Is een obductie bij een kind hetzelfde als bij een volwassene?

In principe is de procedure bij kinderen hetzelfde als bij volwassenen. Soms wordt weefsel weggenomen voor genetisch onderzoek. Dit is vooral belangrijk indien een kind tijdens de zwangerschap of rond de geboorte is overleden en men wil weten of een afwijking erfelijk is. Het kan belangrijk zijn te weten of er een kans op herhaling is bij een volgende zwangerschap. Als het hele kleine kinderen betreft, zijn de organen uiteraard ook heel klein en zal het hele orgaan, in plaats van een stukje weefsel, microscopisch onderzocht moeten worden. Er zal iets eerder worden overgegaan tot het bewaren van de organen om ze op een later tijdstip beter te kunnen bekijken. Aangeboren afwijkingen bij kinderen zijn vaak complexer dan afwijkingen bij volwassenen en ze vereisen uitgebreider onderzoek.

Als u bezwaar heeft tegen het langer bewaren en niet mee begraven of cremeren van organen, kunt u dat kenbaar maken aan de arts. Er wordt met uw wensen rekening gehouden.

Uitgebreidere informatie over het verrichten van obducties bij kinderen kunt u lezen in de voorlichtingsfolder ’Onderzoek na overlijden van kinderen‘ van het erfocentrum:
www.erfocentrum.nl

Kan ik voorwaarden stellen?

Het kan gebeuren dat u wel toestemming wilt geven voor obductie, maar dat u bijvoorbeeld liever niet wilt dat organen bewaard worden of dat de hersenen uit de schedel gehaald worden voor nader onderzoek. Vaak wordt voor dit laatste al apart toestemming gevraagd hoewel dit niet verplicht is.

Uw eventuele bezwaren kunt u bespreken met de arts die aan u toestemming voor obductie heeft gevraagd. Als uw bezwaar ertoe leidt dat de obductie onvoldoende gegevens zal opleveren, dan zal de arts dit met u bespreken. U kunt dan op basis van deze informatie nieuwe afwegingen maken voordat u een besluit neemt.

De aanvragend arts zal bezwaren nooit naast zich neer (kunnen) leggen. Uiteindelijk bepalen de nabestaanden wat er gebeurt.

Transplantatie donorschap

De procedure voor transplantatie donorschap en obductie zitten elkaar soms in de weg. Een hartdonorschap gaat natuurlijk voor maar er zijn situaties waarin juist het belang van een obductie zwaarder weegt. Als u weet dat de overledene zich als donor heeft aangemeld, bespreek dit dan met de aanvragend arts. Ook kan een transplantatiecoördinator informatie geven.

PDF
Stel PDF samen

Heeft u nog vragen?

Als u nog vragen heeft kunt u deze bespreken met de arts in het ziekenhuis. Ook kunt u contact opnemen met de afdeling Patiënteninformatie  in het ziekenhuis.

Afdeling Patiënteninformatie:
0495 – 57 22 05

E-mail:
patienteninformatie@sjgweert.nl