Vernauwing van het wervelkanaal

Kanaalstenose

Neurologie

 

De kanaalstenose

Bij een kanaalstenose is het wervelkanaal vernauwd. Hierdoor raken één of meerdere zenuwwortels bekneld: stenose betekent vernauwing. Een lumbale stenose komt vooral voor bij mensen ouder dan 50 jaar. Dit komt doordat slijtage van de wervelkolom de oorzaak is van de kanaalstenose in het latere leven. Het ontwikkelt zich meestal langzaam over een langere tijd.

Mensen die een kanaalstenose hebben kunnen verschillende klachten krijgen:

  • Pijn laag in de rug.
  • Tintelingen, prikkelingen of krampen in één of beide benen.
  • Uitstraling in één of beide benen.

Typisch voor deze klachten is dat ze optreden na een eind lopen en/of na enige tijd staan. De pijn in de rug en in de benen wordt erger, de benen gaan doof aanvoelen en worden stuurloos. Om de klachten te verminderen moeten de patiënten gaan zitten, voorover bukken, of hurken. Liggen op de zij met opgetrokken benen, helpt vaak ook. Stilstaan na het lopen helpt niet omdat de klachten ook optreden na lang staan.

Slijtage kan leiden tot een kanaalstenose zonder dat daarbij een hernia aanwezig is. De meest voorkomende vernauwingen liggen tussen de 4e en 5e lendenwervel (L4 - L5) en de 3e en 4e lendenwervel (L3 - L4). Soms kan de vernauwing op beide of meerdere locaties aanwezig zijn.

kanaalstenose.jpg

Kanaalstenose komt even vaak voor bij mensen die licht werk doen dan bij mensen die zwaar werk doen. De werkelijke oorzaak van de kanaalstenose is vaak onbekend en kan uit meerdere factoren bestaan.

Wanneer komt u in aanmerking voor een operatie?

Bij een kanaalstenose kunnen de klachten stabiel blijven of verergeren. Wanneer de vernauwing wordt veroorzaakt door veroudering of slijtage is het verstandig eerst af te wachten en bewegingen die pijn doen te vermijden. Dit in combinatie met pijnmedicatie kan ervoor zorgen dat de klachten verminderen of zelfs weggaan. Blijven de klachten aanwezig en geven deze ernstige belemmeringen bij de dagelijkse activiteiten, dan kan een operatie overwogen worden. Het doel is om de pijnklachten in de benen, tijdens het lopen of het stilstaan te verminderen.

Opname

Is een operatie nodig, dan gaat u na het gesprek met de neurochirurg, naar het Planbureau om u in te schrijven voor de operatie. U krijgt een afspraak voor:

  • Poli Preoperatieve Screening, hier wordt o.a. de narcose met u besproken.
  • Afdeling Fysiotherapie, hier wordt uitleg gegeven over het herstelproces.

De operatie

Als u een operatie krijgt, wordt u (meestal) de dag van operatie opgenomen op de afdeling Heelkunde (4e etage). U mag tijdens de operatie geen sieraden, protheses zoals gebitsprothesen of contactlenzen dragen. Ook nagellak en make-up zijn niet toegestaan tijdens de ingreep. Wanneer u kunstnagels draagt verzoeken wij u de kunstnagel van één vinger voor de operatie te verwijderen. Dit is nodig om tijdens de ingreep via een 'knijpertje', op uw vingertop de zuurstofverzadiging (saturatie) in uw bloed te kunnen meten.

De operatie vindt plaats in buikligging. Midden in de rug, boven de plaats waar de vernauwing zit, wordt in de lengterichting een huidsnede gemaakt. Daaronder worden de lange rugsperen losgemaakt en aan een of beide kanten van de wervelboog naar opzij geschoven. Hierna zoekt de chirurg de vernauwing op. Er wordt vooral ruimte gemaakt bij de zenuwen door het verwijderen van de verdikte banden. Gemiddeld duurt de operatie 45 minuten bij een vernauwing op een plaats

Soms wordt een drain (slangetje met reservoir) achtergelaten. Deze drain dient om overtollig wondvocht te verwijderen. Deze kan er vaak de volgende dag al uit.

Mogelijke complicaties

Een kanaalstenoseoperatie verloopt doorgaans zonder complicaties. Toch kunnen na een kanaalstenoseoperatie, zoals dat na elke operatie het geval is, complicaties voorkomen. Dit kan zijn:

  • Een nabloeding van de operatiewond. Dit kan reden zijn om snel weer te opereren om het bloed te verwijderen.
  • Een wondinfectie. Vaak kan dit met antibiotica behandeld worden.
  • Blaasontsteking.
  • Trombose (aderverstopping).
  • Het ontstaan van een scheurtje in het ruggenmergvlies rondom de zenuwen. Hierdoor kan ruggenmergvocht nalekken. Dit kan hoofdpijnklachten tot gevolg hebben. Deze verdwijnen met extra bedrust.
  • Beschadiging van de zenuwwortel. Deze beschadiging kan tot een gedeeltelijke verlamming van een spiergroep en/of tot een gevoelsstoornis leiden. De kans hierop is erg klein (ongeveer 1%).

Na de operatie

Na de operatie wordt u naar de uitslaapkamer (Recovery) gebracht. Gespecialiseerde verpleegkundigen zien er op toe dat u rustig bijkomt van de operatie. Ook bent u aangesloten op de bewakingsapparatuur. Na enkele uren, als u voldoende bent hersteld, gaat u weer terug naar uw kamer op de afdeling.

Om misselijkheid en eventueel braken te voorkomen mag u direct na de operatie nog niets eten en drinken. Als u zich goed voelt, kunt u dit na een paar uur wel. Het infuus, dat voor de operatie is ingebracht in uw arm, wordt na de operatie gebruikt als vochttoevoer. Als u goed kunt drinken wordt het infuus verwijderd.

Het herstel

Op dag 1 komt de fysiotherapeut bij u aan bed. Onder begeleiding van de fysiotherapeut mag u de eerste keer op de rand van het bed zitten en kortdurend lopen op de kamer. De komende dagen wordt het uit bed komen (mobiliseren) uitgebreid totdat u weer zelfstandig kunt lopen en traplopen. Daarnaast krijgt u oefeningen om uw 'spiercorset' te ontwikkelen zodat uw rug beter beschermd en sterker wordt. Deze oefeningen krijgt u door de fysiotherapeut uitgelegd. U krijgt een folder (Adviezen na rugoperatie) waarin de oefeningen beschreven staan. Als het herstel normaal verloopt, mag u op de 4e dag naar huis.

Dag 0 = operatiedag

  • De eerste 6 uur na de operatie ligt u op de rug. Daarna mag u afwisselend op een zij en rug gaan liggen. Wisselligging om de 3 uur: linker zij - rug - rechter zij - rug - linker zij enzovoort (draaien met opgetrokken knieën en rug recht).
  • Voor de rest bedrust.

Dag 1

  • De hoofdsteun mag enkele keren per dag een klein stukje omhoog worden gezet.
  • Onder begeleiding van de fysiotherapeut mag u uit bed via zijligging en kortdurend lopen op de kamer.
  • Namiddag; onder leiding van een verpleegkundige mag u uit bed via zijligging en kortdurend lopen op de kamer.
  • U mag nog niet zitten.
  • U mag onder begeleiding naar het toilet.

Dag 2

  • U mag op eigen initiatief 6 x 5 minuten lopen de afdeling.
  • Bij geen of weinig klachten mag u het lopen langzaam uitbreiden.
  • U mag kort douchen met hulp van een verpleegkundige.
  • U mag zelf naar het toilet gaan.
  • U krijgt vandaag geen fysiotherapie.

Dag 3

  • U mag 6 x 15 tot 30 minuten op; verdeel dit over de dag afgewisseld met bedrust.
  • U mag zelfstandig douchen.
  • U mag kort gesteund zitten.
  • U mag aan tafel eten.
  • Vandaag oefent de fysiotherapeut met u het traplopen en doet oefeningen voor de rug.

Dag 4

U mag naar huis. Na de operatie heeft u enige dagen pijn vooral in de rug rond de operatiewond en soms ook in de bovenbenen. Heeft u pijn, vraag dan extra pijnstillers aan de verpleegkundige.

Afspraken

  • Controle afspraak bij de neurochirurg 6 weken na de operatie.
  • Afspraak bij de afdeling Fysiotherapie in SJG Weert, 1 en 6 weken na de operatie. De fysiotherapeut bespreekt met u of fysiotherapie door uw eigen fysiotherapeut (eerste lijn) nodig is.
  • De eerste week mag u niet zelf autorijden.
  • Zo nodig krijgt u een recept voor pijnstillers mee.

De wond

De wond kan gehecht zijn met huidhechtingen of huidstrips. Bij huidstrips is de huid van buiten geplakt met strips en inwendig gehecht. Heeft u huidhechtingen dan moeten deze 10 dagen na de operatie bij de huisarts verwijderd worden. Heeft u huidstrips, dan vallen deze vaak na 7 dagen af. Is dit niet zo dan kunt u de strips 7 dagen na de operatie zelf of door de huisarts laten verwijderen.

Heeft u vragen of twijfelt u over de wond, neem dan contact op met uw huisarts. Afhankelijk van de situatie kan de huisarts contact opnemen met de behandelende neuroloog en/of neurochirurg.

Weer thuis

Het uiteindelijke herstel kan variëren van een paar weken tot 3 maanden. Dit kan per patiënt anders zijn.

  • Doe rustig aan. De eerste dagen na ontslag uit het ziekenhuis, kunnen vermoeiend zijn.
  • U mag niet zwaar tillen (max. 10 kilo) en geen zwaar lichamelijk huishoudelijk werk doen.
  • Fietsen en zwemmen mag u de eerste tijd niet. U hoort van uw fysiotherapeut wanneer dit weer kan.
  • Slaap de eerste weken na de operatie op een harde onderlaag.
  • Houd uw gewicht onder controle.

De eerste weken na de operatie reageren de rugspieren op de operatie met kramp en stijfheid. Het is normaal dat gedurende die tijd het bewegen van de rug moeilijk gaat en soms pijn doet. Geleidelijk zullen deze klachten verdwijnen, ondersteund door oefeningen die zijn gegeven door de fysiotherapeut.

In principe zijn er na een eerste rug operatie geen beperkingen van activiteiten die u niet meer mag doen. Uiteindelijk mag alles weer, mits u daardoor geen extra pijn ervaart.

Werk
De meeste mensen kunnen na 1 tot 2 maanden de oude werkzaamheden weer hervatten. Omdat elk werk anders is, helpt de bedrijfsarts bij het maken van een gericht plan. Stel de vragen met betrekking tot het hervatten van uw werk aan uw bedrijfsarts.

PDF
Stel PDF samen

Belangrijk

Als u wordt geopereerd
U mag tijdens de operatie geen sieraden, protheses zoals gebitsprothesen of contactlenzen dragen. Ook nagellak en make-up zijn niet toegestaan tijdens de ingreep. Wanneer u kunstnagels draagt verzoeken wij u de kunstnagel van één vinger voor de operatie te verwijderen. Dit is nodig om tijdens de ingreep via een 'knijpertje' op uw vingertop de zuurstofverzadiging (saturatie) in uw bloed te kunnen meten.

Heeft u nog vragen?

Als u na het lezen van deze informatie nog vragen heeft, kunt u contact opnemen met de poli Neurologie. Bereikbaar op werkdagen van 08:30 – 17:00 uur.

Poli Neurologie:
0495 - 57 21 80

U kunt uw vraag ook per e-mail aan de neuroloog stellen. Houdt er rekening mee, dat wij niet altijd direct antwoord kunnen geven.
neurologie@sjgweert.nl