Plastraining

Spelregels voor thuis

Ploeppoli 
Kindergeneeskunde
 

De plasfabriek

Je blaas zit onder in de buik. In je blaas wordt je plas bewaard. Je nieren maken plas. Als je je handen in je zij zet met de duimen naar voren, zitten jouw nieren bij je vingers net onder je ribben. Nieren zijn een soort zeefjes, die je bloed schoonmaken. Ze halen de stoffen die je niet nodig hebt, uit je bloed. We noemen dit afvalstoffen. Alles wat je drinkt, bestaat voornamelijk uit water, maar ook in eten zit soms vocht. Denk aan soep, toetje of fruit. Je drinkt altijd meer dan je lichaam nodig heeft. Je nieren zorgen ervoor dat het teveel aan vocht en de afvalstoffen naar je blaas gaan. Dit is je plas.

Als er een beetje plas in je blaas zit, gaat er een seintje naar je hoofd. Dat gaat via het ruggenmerg. Hierin zitten een soort draden. Dit noemen ze "zenuwbanen". Ze lijken op telefoondraden. Telefoondraden geven een seintje door van de ene telefoon naar de andere. Deze zenuwbanen werken net als de telefoondraden en geven seintjes van je blaas door aan je hoofd. In je hoofd zit een soort plascomputer die het seintje van je blaas ontvangt, namelijk: "Er zit plas in mijn blaas".

Jij kunt via de "de plascomputer" 2 seintjes teruggeven:

  1. er zit genoeg plas in mijn blaas, dus ik ga plassen óf
  2. er zit nog niet genoeg plas in mijn blaas, ik hou het nog even op.

Als je besluit het nog even op te houden, dan komt er meer plas in je blaas, want je nieren werken altijd door. Als je voelt dat er genoeg plas in je blaas zit (de seintjes worden steeds sterker), ga je plassen.

Onder in je blaas zitten je sluitspieren. We noemen het ook wel "de rem" van je blaas. Je sluitspieren zijn een soort deurtjes die dicht zijn en ervoor zorgen dat je plas niet zomaar in je broek loopt.

De sluitspieren gaan pas open op het moment dat je gaat plassen op de wc. Je blaas knijpt de plas eruit. Je hoeft zelf niet mee te drukken of te persen als je plast. Je blaas kan dat zelf. Als je heel nodig moet plassen, zodat je het bijna niet meer kunt ophouden, dan heb je nog een "noodrem". Dit zijn je bekkenbodemspieren. Deze spieren gebruik je normaal gesproken alleen in noodgevallen!!

Meestal werkt de blaas op deze manier. Als we de plasfabriek uitleggen, gebruiken we vaak een ballon. Deze lijkt namelijk op een blaas. Met onze vingers laten we zien hoe de sluitspier en de bekkenbodemspieren werken. De kinderverpleegkundige legt uit wat jij met jouw blaasprobleem kunt leren.

Plastraining

De plastraining is bedoeld om goed te leren reageren op aandrang.

Je leert:

  1. hoe je moet plassen;
  2. wanneer je moet plassen;
  3. hoe vaak je moet plassen;

1. Hoe moet je plassen?

  • Zorg voor een ontspannen houding.

Dat wil zeggen steun volledig op de wc-bril. Spreid iets je benen en leg je handen op je knieën.

  • Zorg voor een goede plashouding.

Gebruik eventueel een wc. verkleiner. Je voeten moeten plat op de grond staan. Als je met je voeten niet bij de grond kunt, gebruik dan een steuntje voor onder de voeten (b.v. een bankje).

  • Neem goed de tijd, luister of de plas in één keer komt.

Let op dat je niet perst tijdens het plassen, je buik moet slap zijn. Dit lukt het beste wanneer je tijdens het plassen zachtjes uitblaast of neuriet.

  • Na het plassen blijf je nog 10 tellen zitten.

Daarna afvegen zoals het moet, van voor naar achter.

2. Wanneer moet je plassen?
Let goed op de seintjes van je blaas. Bedenk elke keer als je een seintje van je blaas krijgt of het een "echt" of een "nep" sein is. Wanneer het een "echt" sein is, ga dan naar de wc. Wanneer het seintje "nep" is, houd dan de plas nog even op. Blijf dan wel goed opletten!

Probeer het verschil te leren tussen een lege en een volle blaas. Je kunt dit een beetje vergelijken met een benzinemeter in de auto. Deze laat zien of de tank vol of leeg is. Probeer net te doen of jij ook een meter hebt bij jouw blaas, waar je op kunt zien of jouw blaas leeg, halfvol of vol is. Als je namelijk kunt voelen of je blaas leeg of vol is, dan weet je precies wanneer je naar de wc. moet gaan, namelijk als je blaas tussen halfvol en vol is!

3. Hoe vaak moet je plassen?
Het beste is als je elke dag 7 x naar de wc gaat.
2 x 's morgens
3 x 's middags
2 x 's avonds

Je krijgt een lijst mee. Voor iedere plas zet je een vlag op je lijst, dus niet alles in een keer aan het einde van de dag opschrijven!

Nu plas je misschien meer dan 7 x per dag. Je leert om minder vaak te gaan plassen dan dat je nu doet. Dat kan moeilijk zijn als je een onrustige blaas hebt. Je gebruikt de lijst om in de gaten te houden hoe vaak je geplast hebt.

Om goed te kunnen oefenen moet je goed drinken: 7 - 8 bekers per dag (=1 tot 1½ liter). 

Einde van de dag

Aan het einde van de dag bekijk je samen met je vader of moeder hoe de training die dag gegaan is. Eén van je ouders schrijft dan ook iets op je lijst.

Alle kinderen kunnen wel een beetje hulp gebruiken. Anderen mogen je helpen aan de training te denken door een geheime code te zeggen. De code is "1, 2, 3" en jij denkt dan bij jezelf: "Moet ik wel, of moet ik niet?" Je moet dan goed voelen en nadenken.

Dan pas beslis je of je wel of niet gaat plassen (denk aan de meter!).

Help jezelf

Als je het moeilijk vindt steeds aan de training te blijven denken, kun je jezelf helpen door een let op teken te maken. Zo kun je bijvoorbeeld een "trainingsarmbandje" maken, iets op je handschrijven (bv. 1-2-3) of een "trainingsveter" in je schoen doen. Telkens wanneer je let op teken  ziet, denk je aan de training en weet je waar je ook alweer op moet letten.

Telefonisch contact met de Ploeppoli

Tijdens de training word je regelmatig gebeld door de verpleegkundige van de Ploeppoli. Zij bespreekt met jou de lijsten. Zorg dat je deze dan bij de telefoon hebt liggen. Je hoort van de verpleegkundige hoe je het hebt gedaan en hoe de training verder gaat. Je krijgt van ons een afspraak wanneer de ploepverpleegkundige jou belt.

Terugkomen naar het ziekenhuis

Na een aantal weken thuis trainen kom je weer terug naar ziekenhuis voor controle. Neem de lijsten die je thuis hebt bijgehouden dan mee. De ploepverpleegkundige vertelt of je met de training mag stoppen of dat je nog een tijdje doortraint.

PDF
Stel PDF samen

Heeft u nog vragen?

Heeft u na het lezen van de folder nog vragen, dan kunt u ze stellen aan de secretaresse van de poli Kindergeneeskunde. Bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 8.30 - 17.00 uur. De secretaresse geeft uw vragen zo nodig door. Wij nemen dan contact met u op.

Als u een afspraak moet verzetten, belt u dan zo snel mogelijk, zodat wij nog andere patiënten kunnen inplannen.

Poli Kindergeneeskunde:
0495 - 57 22 50