Bekkenbodem- en incontinentie-operaties

Aanvullende informatie bij de folder
'bekkenproblemen bij vrouwen'

Gynaecologie

De inhoud van deze voorlichtingsfolder is mede samengesteld door de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG). Deze folder is zeer volledig en uitgebreid en bevat een beschrijving van alle bestaande behandelingen met hun voor- en nadelen.

Uit de vele mogelijkheden is in SJG Weert een keuze gemaakt. Dit houdt in dat niet elke behandeling hier beschikbaar is of uitgevoerd kan worden. Uw gynaecoloog zal samen met u bespreken welke procedure of techniek voor u de beste optie is.

Zijn er na het lezen van deze folder nog vragen of twijfels, dan kunt u deze het beste bespreken met uw gynaecoloog.

Inleiding
Bij bekkenbodemproblemen en urine-incontinentie zijn verschillende behandelingen mogelijk. Een operatie is een van die mogelijkheden en is de ingrijpendste behandeling bij deze klachten. Het is daarom goed om te weten wat een operatie inhoudt en welke andere behandelingen er zijn.

U leest in deze folder welke operaties er zijn voor uw klachten en wat u van een operatie kunt verwachten. In de folder 'Bekkenbodemklachten' staan andere behandelingen genoemd. Al deze informatie helpt u bij de keuze voor een behandeling.

Wat de beste behandeling is, hangt af van een aantal dingen: hoe erg zijn uw klachten, hoeveel last heeft u er van, wat heeft het nader onderzoek opgeleverd en wat voor soort verzakking heeft u? Uw gynaecoloog zal u hierover informatie geven en u helpen bij de beslissing.

Er bestaan verschillende operaties voor verzakkingen en urine-incon­ti­nen­tie. Deze operaties gebeuren meestal via de vagina, dus niet via een snee in de buik. Een operatie helpt meestal goed tegen de klachten. Ze gevenveel minder last of de klachten gaan zelfs helemaal over. Aan de andere kant brengt een operatie altijd risico’s met zich mee. En we kunnen niet garanderen dat uw klachten helemaal over zullen zijn.

Bekkenbodemproblemen zijn nooit gevaarlijk voor uw gezondheid. U kunt dus rustig de tijd nemen om de voor- en nadelen van een operatie tegen elkaar af te wegen.

De voorbereiding op een operatie

Een aantal weken voor de operatie vindt het preoperatief onderzoek plaats op de poli Preoperatieve Screening. Hier bespreekt men ook met u welk soort verdoving u krijgt (narcose, of ruggenprik).

Risico’s

  • Trombose. Bij iedere operatie bestaat de kans op trombose, dit is een verstopping van een bloedvat door een bloedpropje. Om dit te voorkomen, krijgt u waarschijnlijk tijdens uw opname iedere dag een injectie in de huid van de buik of het bovenbeen.
  • Infectie. Tijdens de operatie krijgt u meestal antibiotica om een infectie te voorkomen.
  • Nabloeding.
  • Beschadiging van de blaas of de darm.
  • Opnieuw een verzakking. Sommige vrouwen krijgen na de operatie opnieuw een verzakking.
  • Andere klachten. Het is mogelijk dat de operatie helpt tegen uw klachten, maar dat u er andere klachten voor in de plaats krijgt. Een klein aantal vrouwen krijgt bijvoorbeeld last van ongewenst urineverlies (incontinentie) na een operatie voor een verzakking.

Operatie bij stressincontinentie (ongewild urineverlies)

Bij stressincontinentie verliest u urine als u bijvoorbeeld hoest, springt of lacht. De druk in de buik is dan groot. Een oplossing is om de plasbuis op die momenten even dicht te drukken. Daarvoor krijgt u een kunststof bandje onder de plasbuis. Dit bandje is een soort hangmatje. Als de druk in uw buik verhoogt, wordt de plasbuis tegen dit bandje aan gedrukt, waardoor de urine er minder makkelijk door kan.

Het bandje wordt meestal via de vagina onder de plasbuis gezet. De chirurg maakt vaak 3 kleine sneetjes: 1 in de zogeheten vaginavoorwand onder de plasbuis en 2 in de liezen. De sneetjes in de liezen zijn niet altijd nodig. De chirurg kan ook sneetjes boven het schaambeen maken. Hij zal voor de operatie met u bespreken welke techniek hij gebruikt.

Na de operatie kunt u een paar dagen problemen hebben met plassen. U krijgt dan een slangetje (katheter) in de plasbuis. Verder kunt u een paar dagen pijn in de lies of het bovenbeen hebben. Beide klachten zijn meestal snel weer over.

Operaties bij verzakkingen

Bij verzakkingen zijn verschillende operaties mogelijk, afhankelijk van het orgaan dat verzakt is. Het kan gaan om de baarmoeder, de vaginavoor­wand met de blaas, of de vagina-achterwand, meestal met de dikke darm en soms de dunne darm. Soms zijn meer organen tegelijk verzakt. Dan kan een combinatie van operaties nodig zijn.

Baarmoeder
U kunt een verzakte baarmoeder helemaal laten weghalen of vast laten maken aan een stevige bindweefselband in het bekken (het sacrospinale ligament). De chirurg kan ook alleen de baarmoedermond verwijderen en de baarmoederbanden inkorten. Deze laatste operatie wordt niet zo vaak gedaan, omdat deze wat ingewikkelder is.

Welke van deze operaties het beste is bij een baarmoederverzakking, hangt af van uw persoonlijke situatie. Uw gynaecoloog zal dit met u bespreken.

Vaginavoorwand met de blaas
Bij een verzakking van de vaginavoorwand met de urineblaas wordt vaak een operatie gedaan die voorwandplastiek heet. De gynaecoloog maakt een snee in het midden van de voorwand en duwt de blaas terug naar de normale plek. Enkele hechtingen houden de blaas op de goede plaats. De gynaecoloog verstevigt het gebied tussen de vaginavoorwand en de blaas met hechtingen. Daarmee worden nieuwe verzakkingen zo veel mogelijk voorkomen. De vaginavoorwand is door de verzakking wat uitgerekt. De gynaecoloog kan een stuk weghalen en de wand daarna met hechtingen weer dicht maken.

Vagina-achterwand met dikke darm en eventueel dunne darm
De operatie bij een verzakte vagina-achterwand is vergelijkbaar met de voorwandplastiek. Deze ingreep heet achterwandplastiek.

De ingang van de vagina is soms erg wijd. De bekkenbodemspieren zijn verslapt of bij een bevalling ingescheurd. Dan is naast de achterwandplastiek een bekkenbodemplastiek mogelijk. De gynaecoloog maakt de natuurlijke opening in de bekkenbodem steviger en zo nodig nauwer.

Buikoperaties bij een verzakking
Soms is een operatie via de buik beter dan via de vagina. Bijvoorbeeld bij een ingewikkelde verzakking, of als u al eerder bent geopereerd voor een verzakking. Soms is dan een kijkoperatie mogelijk, waarbij de arts twee of drie kleine sneetjes in de buik maakt. Kan dit niet, dan opereert de arts via een grotere snee in de buikwand. Bij deze ingewikkeldere operaties zet de arts vaak een kunststof matje in de buik, waarmee hij de verzakking ‘ophangt’ aan de voorkant van de wervelkolom. Deze operaties worden in ons ziekenhuis niet gedaan. Als het nodig is wordt u verwezen naar een ander ziekenhuis.

Na de operatie

Na de operatie blijft u waarschijnlijk 1-2 nachten in het ziekenhuis. U kunt dan pijn in de onderbuik en schaamstreek hebben. Vraag gerust om pijnstillers als u hier veel last van heeft.

Verder kunt u een tampon in de vagina hebben die een eventuele bloeding moet stoppen. Die tampon wordt 4 uur na de operatie door de verpleegkundige weer verwijderd. U kunt ook een slangetje in de plasbuis hebben om de urine uit de blaas af te voeren. Dit is een blaaskatheter. Deze blijft 1 – 2 dagen zitten. Als u na het verwijderen van de katheter niet meteen zelf kunt plassen, krijgt u opnieuw een katheter.

Soms ontstaat er een blaasontsteking. Dan krijgt u een kuur met een antibioticum. De eerste dagen na de operatie zijn vaak pijnlijk. U krijgt zo nodig pijnstillers.

Weer thuis

Een operatie is zwaar voor uw lichaam. Het duurt een tijd voordat u zich weer helemaal goed voelt. Dit valt vaak tegen; veel vrouwen verwachten dat ze snel weer de oude zijn. Maar u bent bijvoorbeeld snel moe en kunt misschien minder aan dan u gewend bent. Luister goed naar de signalen van uw lichaam en ga niet te snel weer te veel doen. Uw lichaam heeft tijd en rust nodig om helemaal te herstellen. Na een incontinentieoperatie duurt dit minstens 2 weken, na een verzakkingsoperatie 6 weken. U mag in deze periode geen zware dingen tillen of ander zwaar werk doen. Overleg met uw arts wanneer u weer mag autorijden. Dit is vaak na 2 weken.

Let op de volgende punten:

  • Pers niet te veel tijdens de ontlasting. Eet daarom vezelrijk en drink minstens 1,5 liter vocht per dag. Zo nodig kunt u laxerende middelen krijgen.
  • Hechtingen in de vagina lossen vanzelf op. Restjes van de hechtingen kunnen via de vagina naar buiten komen. Dat is normaal en kan tot ruim 6 weken na de operatie gebeuren;
  • De eerste weken na de operatie kunt u beter geen seks hebben. De wand van de vagina kan daardoor beschadigen. Na ongeveer 6 weken is de wand meestal goed genoeg hersteld. De gynaecoloog zal dit eerst controleren en met u bespreken.

Na de operatie krijgt u een afspraak voor controle bij de gynaecoloog op de polikliniek. Dit is meestal 6 weken na de operatie (of na het ontslag uit het ziekenhuis)

PDF
Stel PDF samen

Belangrijk

Wanneer u ontslagen bent uit het ziekenhuis en u ondervindt de eerste 24 uur problemen, neem dan contact op met het Vrouw-Moeder-Kind centrum (VMK).

Na 24 uur kunt u bij problemen contact opnemen met de poli Gynaecologie (tijdens kantooruren), de SEH of de huisartsenpost (buiten kantooruren of in het weekend).

U neemt contact op als:

  • U koorts krijgt boven de 38 °C, of als de pijn erger wordt ondanks het innemen van pijnstillers.
  • U na 6 weken nog vaginaal bloedverlies en afscheiding heeft.

Binnen 24 uur: neem contact op met het VMK:
0495 - 57 21 23

Na 24 uur: neem contact op met de Poli Gynaecologie (tijdens kantooruren):
 0495 - 57 23 70

SEH of de huisartsenpost (buiten kantooruren en in het weekend).

Telefoon SEH:                      
0495 - 57 26 10

Telefoon huisartsenpost:      
0495 - 67 76 77

Heeft u nog vragen?

Heeft u nog vragen of opmerkingen, neem dan contact op met:

Poli Gynaecologie:    
0495 - 57 23 70 (kantoortijden)
of
VMK:                          
0495 - 57 21 23 (buiten kantoortijden)