Hernia in de onderrug

(HNP)

Neurologie / Neurochirurgie
 

Inleiding

Hernia nuclei pulposi of hernia van de tussenwervelschijf, is een aandoening van de rug (rughernia) of de nek (nekhernia) waarbij de tussenwervelschijf uitstulpt. In de geneeskunde wordt deze aandoening vaak afgekort tot HNP.

Een hernia in de onderrug (HNP) is een veel voorkomende aandoening met elk jaar 5 nieuwe gevallen per 1.000 personen. Dit betekent ongeveer 75.000 mensen per jaar in Nederland. Vaak komen rugklachten of hernia's in bepaalde families wat meer voor.

Na 8 tot 12 weken is bij 60 tot 80% van de patiënten de uitstralende pijn in het been zodanig afgenomen dat zij niet of nauwelijks meer gehinderd worden in hun dagelijkse bezigheden.

Zijn er na 8 tot 12 weken nog klachten dan komen ze, volgens de huidige richtlijnen, in aanmerking voor een operatie. In Nederland worden jaarlijks bijna 12.000 patiënten aan een hernia in de onderrug geopereerd.

Anatomie van de wervelkolom

De wervelkolom is de spil van het bewegingsapparaat. Ze omhult het ruggenmerg en de zenuwwortels en vormt de aanhechting van het bekken en alle belangrijke spieren van de romp.

herniaonderrug.jpg


De wervelkolom bestaat uit:

  • 7 nek- (of cervicale) wervels C1 t/m C7
  • 12 borst- (of thoracale) wervels Th 1 t/m Th 12
  • 5 lenden- (of lumbale) wervels L1 t/m L5
  • het heiligbeen (of sacrum (S)) met het staartbeentje (stuitbeen)

herniaonderrug2.jpg

Met uitzondering van de eerste 2 halswervels zit tussen iedere 2 wervels een tussenwervelschijf. De tussenwervelschijf bestaat uit een elastische kern die is omgeven door een vezelige ring. De tussenwervelschijven werken als een soort schokdempers, die ervoor zorgen dat de wervels gemakkelijk ten opzichte van elkaar kunnen bewegen.

Hoewel een hernia op elke plaats in de wervelkolom kan voorkomen, zijn meestal alleen de onderste tussenwervelschijven van belang. De meest voorkomende hernia's liggen tussen de 4e en 5e lendenwervel (L4 - L5) en de 5e lendenwervel en het heiligbeen (L5 - S1).

De hernia

Binnen in het wervelkanaal loopt van boven naar beneden het ruggenmerg. De zenuwwortels ontspringen uit dit ruggenmerg en verlaten een voor een telkens links en rechts tussen 2 wervels het wervelkanaal.

De functie van de zenuwwortel is tweeledig en zorgt voor de geleiding van:

  1. Elektrische impulsen van de hersenen naar bepaalde spieren.
  2. Impulsen van gevoelszintuigen (bijvoorbeeld van delen van de huid) naar de hersenen.

In de lumbale wervelkolom kan op verschillende plaatsen slijtage (of degeneratie) optreden. Slijtage van een tussenwervelschijf is een proces dat tijdens het leven bij ieder mens in meerdere of mindere mate plaatsvindt. Dit kan rugpijnklachten geven, soms met uitstraling naar de benen. Als slijtage van de tussenwervelschijf optreedt, kan deze gaan uitpuilen. Soms treedt zelfs een scheur in de vezelring van de schijf op, waardoor stukken van de weke kern naar buiten kunnen worden geperst in de richting van het wervelkanaal. Meestal scheurt de ring op de zwakste plek en dat is precies de plaats waar de zenuwwortel het wervelkanaal verlaat. Het uitpuilen van de tussenwervelschijf (weke kern) wordt een hernia genoemd. Dit kan dan leiden tot beknelling van een zenuwwortel.

herniaonderrug3.jpg

Bij een beklemming van een zenuwwortel kunnen verschillende klachten ontstaan:

  • Pijn in de rug.
  • Pijn in één van beide benen.
  • Krachtverlies van één of meerdere spiergroepen.
  • Slapend, tintelend of doof gevoel in bepaalde delen van de huid.
  • Toenemende pijn bij hoesten, niezen en persen.

Zwaar werk met veel bukken en tillen kan wel meer rugklachten geven, maar het ontstaan van een hernia wordt er niet door veroorzaakt. Hernia's komen even vaak voor bij mensen die licht werk doen als bij mensen die zwaar werk doen. De werkelijke oorzaak van de hernia is vaak onbekend en kan uit meerdere factoren bestaan.

Wanneer komt u in aanmerking voor een operatie?

In de meeste gevallen verdwijnen de klachten bij de meeste patiënten vanzelf, ondersteund met fysiotherapie, gedoseerde rust en pijnstillers. Is na een periode van conservatieve behandeling (ongeveer 8 tot 12 weken), de uit­stra­lende beenpijn niet verdwenen en worden de dagelijkse activiteiten in ernstige mate beïnvloed, dan kan een operatie overwogen worden. Het doel van de operatie is om de uitstralende pijn in het been te verminderen en daardoor het herstel te bevorderen en bespoedigen. Wanneer de uitstralende pijn in het been 'houdbaar' is, wordt niet geopereerd. Vanwege het gunstige natuurlijk beloop van een hernia (de afwijking kan vanzelf verdwijnen) kan men een afwachtende houding aannemen, indien de klachten dit toestaan. Namelijk de resultaten van een operatie en conservatieve therapie zijn na 1 en 2 jaar vergelijkbaar. Dat wil zeggen dat met conservatieve therapie het probleem ook opgelost kan worden, alleen duurt het langer.

In SJG Weert wordt de klassieke herniaoperatie gebruikt. Recent wetenschappelijk onderzoek heeft bewezen dat deze ingreep net zo goed is als een operatie via een kijkbuis.

Redenen om snel te opereren:

  • Krachtverlies.
  • Ondanks behandeling onhoudbare uitstralende pijn in het been.

De termijn voor een operatie kan, afhankelijk van de situatie, variëren.

Redenen om met spoed te opereren:

  • Bij uitval van sluitspierfuncties, dat wil zeggen geen controle meer hebben over de blaas en het niet meer kunnen ophouden van de ontlasting, in combinatie met uitval van het gevoel in het rijbroekgebied. Dit wordt ook het 'caudasyndroom' genoemd.

De operatie vindt zo snel als mogelijk plaats.

Opname

Is een operatie nodig dan gaat u na het gesprek met de neurochirurg naar het Planbureau om u in te schrijven voor de operatie. U krijgt een afspraak voor:

  • Poli Preoperatieve Screening, hier wordt o.a. de narcose met u besproken.
  • Afdeling Fysiotherapie, hier wordt uitleg gegeven over het herstelproces.

De operatie

Als u geopereerd wordt, wordt u (meestal) de dag van operatie opgenomen op de 3e etage. U mag tijdens de operatie geen sieraden, protheses zoals gebitsprothesen of contactlenzen dragen. Ook nagellak en make-up zijn niet toegestaan tijdens de ingreep. Wanneer u kunstnagels draagt verzoeken wij u de kunstnagel van één vinger voor de operatie te verwijderen. Dit is nodig om tijdens de ingreep via een 'knijpertje' op uw vingertop de zuurstofverzadiging (saturatie) in uw bloed te kunnen meten.

De operatie vindt plaats in buikligging. Midden in de rug, boven de plaats waar de hernia zit, wordt in de lengterichting een huidsnede gemaakt. Daaronder worden de lange rugspieren losgemaakt en aan een of beide kanten van de wervelboog naar opzij geschoven. Hierna zoekt de chirurg de hernia op. Op de plaats van de hernia wordt de zenuwwortel voorzichtig opzij gehouden zodat een eventueel los liggend stuk tussenwervelschijf kan worden verwijderd, waarna de uitstulping (hernia) wordt weggenomen. Ook het versleten binnenste deel van de tussenwervelschijf wordt zo goed als mogelijk verwijderd. Dit wordt gedaan om de kans op een nieuwe uitpuiling van de tussenwervelschijf zo klein mogelijk te maken. Nadat de druk van de zenuwwortel is gehaald, wordt de wond gesloten.

Soms wordt een drain (slangetje met reservoir) achtergelaten. Deze drain dient om overtollig wondvocht te verwijderen. Deze kan er vaak de volgende dag al uit.

Mogelijke complicaties

Hernia operaties verlopen doorgaans zonder complicaties. Toch kunnen na een herniaoperatie, zoals dat na elke operatie het geval is, complicaties voorkomen. Dit kan zijn:

  • Een nabloeding van de operatiewond. Dit kan reden zijn om snel weer te opereren om het bloed te verwijderen.
  • Een wondinfectie. Vaak kan dit met antibiotica behandeld worden.
  • Blaasontsteking.
  • Trombose (aderverstopping).
  • Het ontstaan van een scheurtje in het ruggenmergvlies rondom de zenuwen. Hierdoor kan ruggenmergvocht nalekken. Dit kan hoofdpijnklachten tot gevolg hebben. Deze verdwijnen met extra bedrust.
  • Beschadiging van de zenuwwortel. Deze beschadiging kan tot een gedeeltelijke verlamming van een spiergroep en/of tot een gevoelsstoornis leiden. De kans hierop is erg klein (ongeveer 1%).

Na de operatie

Na de operatie wordt u naar de uitslaapkamer (Recovery) gebracht. Gespecialiseerde verpleegkundigen zien er op toe dat u rustig bijkomt van de operatie. Ook bent u aangesloten op de bewakingsapparatuur.

Na enkele uren, als u voldoende bent hersteld, gaat u weer terug naar uw kamer op de afdeling. Om misselijkheid en eventueel braken te voorkomen mag u direct na de operatie nog niets eten en drinken. Als u zich goed voelt, kunt u dit na een paar uur wel. Het infuus, dat voor de operatie is ingebracht in uw arm, wordt na de operatie gebruikt als vochttoevoer. Als u goed kunt drinken wordt het infuus verwijderd.

Het herstel

Op dag 1 komt de fysiotherapeut bij u aan bed. Onder begeleiding van de fysiotherapeut mag u de eerste keer op de rand van het bed zitten en kortdurend lopen op de kamer. De komende dagen wordt het uit bed komen (mobiliseren) uitgebreid totdat u weer zelfstandig kunt lopen en traplopen. Daarnaast krijgt u oefeningen om uw 'spiercorset' te ontwikkelen zodat uw rug beter beschermd en sterker wordt. Deze oefeningen krijgt u door de fysiotherapeut uitgelegd. U krijgt een folder (Adviezen na rugoperatie) waarin de oefeningen beschreven staan. Als het herstel normaal verloopt, mag u op de 3e dag naar huis.

Dag 0 = dag van de operatie

  • U heeft bedrust.
  • Eerst 6 uur op de rug liggen; daarna afwisselend linker/rechter zijde om de 3 uur.
  • U mag na 6 uur uit bed voor toiletbezoek onder begeleiding van een verpleegkundige, tenzij de neurochirurg heeft aangegeven dat dit niet mag.

Dag 1

  • De hoofdsteun mag enkele keren per dag een klein stukje (± 15 cm / maximaal 30º) omhoog gezet worden.
  • Onder leiding van de fysiotherapeut uit bed via zijlig en kortdurend lopen op de kamer.          
  • Namiddag: onder leiding van een verpleegkundige uit bed via zijlig, en kortdurend lopen op de kamer.
  • U mag nog niet zitten.
  • U mag onder begeleiding naar het toilet (kortdurend).

Dag 2

  • U mag op eigen initiatief 6 x maximaal 5 minuten lopen op de afdeling.
  • Normaal gesproken krijgt u vandaag geen fysiotherapie.
  • Bij weinig of geen klachten mag u het lopen langzaam uitbreiden.
  • U mag kort douchen onder leiding van een verpleegkundige.
  • U mag zelf naar het toilet gaan.

Dag 3

  • U mag 6 x 15 tot 30 minuten op; verdeel dit over de dag afgewisseld met bedrust.
  • U mag zelfstandig douchen.
  • U mag korte tijd gesteund zitten.
  • U mag eten aan tafel (kortdurend).
  • Oefentherapie en traplopen onder begeleiding van een fysiotherapeut.
  • U krijgt uitleg van de leefregels na de operatie.
  • U mag naar huis als alles goed verlopen is en nadat de fysiotherapeut en neuroloog bij u is geweest.

Afspraken

  • Controle afspraak bij de neurochirurg, 6 weken na de operatie.
  • Afspraak bij de afdeling Fysiotherapie in SJG Weert, 1 en 6 weken na de operatie. De fysiotherapeut bespreekt met u of fysiotherapie door uw eigen fysiotherapeut (eerste lijn) nodig is.
  • De eerste week mag u niet zelf autorijden.
  • Zo nodig krijgt u een recept voor pijnstillers mee.

De wond

De wond kan gehecht zijn met huidhechtingen of huidstrips. Bij huidstrips is de huid van buiten geplakt met strips en inwendig gehecht. Heeft u huidhechtingen dan moeten deze 10 dagen na de operatie bij de huisarts verwijderd worden. Heeft u huidstrips, dan vallen deze vaak na 7 dagen af. Is dit niet zo dan kunt u de strips 7 dagen na de operatie zelf of door de huisarts laten verwijderen. U mag 4 – 6 weken niet in bad, zwemmen of in de sauna

Heeft u vragen of twijfelt u over de wond, neem dan contact op met uw huisarts. Afhankelijk van de situatie kan de huisarts contact opnemen met de behandelende neuroloog en/of neurochirurg.

Weer thuis

Het uiteindelijke herstel kan variëren van een paar weken tot 3 maanden. Dit kan per patiënt anders zijn.

  • Doe rustig aan. De eerste dagen na het ontslag uit het ziekenhuis kunnen vermoeiend zijn.
  • U mag niet zwaar tillen (max. 10 kilo) en geen zwaar lichamelijk huishoudelijk werk doen.
  • Fietsen en zwemmen mag u de eerste tijd niet. U hoort van uw fysiotherapeut wanneer dit weer kan.
  • Slaap de eerste weken na de operatie op een harde onderlaag.
  • Houd uw gewicht onder controle.

De eerste weken na de operatie reageren de rugspieren op de operatie met kramp en stijfheid. Het is normaal dat gedurende die tijd het bewegen van de rug moeilijk gaat en soms pijn doet. Geleidelijk zullen deze klachten verdwijnen, ondersteund door oefeningen die zijn gegeven door de fysiotherapeut.

In principe zijn er na een eerste rugoperatie geen beperkingen van activiteiten die u niet meer mag doen. Uiteindelijk mag alles weer, mits u daardoor geen extra pijn ervaart.

Werk
De meeste mensen kunnen na 1 tot 2 maanden de oude werkzaamheden weer hervatten. Omdat elk werk anders is, helpt de bedrijfsarts bij het maken van een gericht plan. Stel de vragen met betrekking tot het hervatten van uw werk aan uw bedrijfsarts.

PDF
Stel PDF samen

Belangrijk

Als u wordt geopereerd
U mag tijdens de operatie geen sieraden, protheses zoals gebitsprothesen of contactlenzen dragen. Ook nagellak en make-up zijn niet toegestaan tijdens de ingreep. Wanneer u kunstnagels draagt verzoeken wij u de kunstnagel van één vinger voor de operatie te verwijderen. Dit is nodig om tijdens de ingreep via een 'knijpertje' op uw vingertop de zuurstofverzadiging (saturatie) in uw bloed te kunnen meten.

Heeft u nog vragen?

Als u na het lezen van deze informatie nog vragen heeft, kunt u contact opnemen met de poli Neurologie. Bereikbaar op werkdagen van 08:30 – 17:00 uur.

Poli Neurologie:
0495 - 57 21 80

U kunt uw vraag ook per e-mail aan de neuroloog stellen. Houdt er rekening mee, dat wij niet altijd direct antwoord kunnen geven.
neurologie@sjgweert.nl