Vernauwing van de beenslagader

Perifeer arterieel vaatlijden

Chirurgie

Deze informatie is bedoeld voor mensen die behandeld gaan worden aan een vernauwing van de beenslagader. Het is goed om u te realiseren dat voor u persoonlijk de situatie anders kan zijn dan beschreven.

Heeft u na het lezen van deze informatie vragen over uw behandeling, stel deze dan gerust aan uw specialist of huisarts.

De aandoening

Er is bij u een vaatvernauwing in één van de slagaders van de benen vastgesteld. Deze vernauwing is het gevolg van afzetting van vet in de wand en verkalking van de wand van de slagader. Dit proces noemen we atherosclerose.

Door atherosclerose wordt de ruimte in het bloedvat kleiner, vandaar de term vaatvernauwing. Als een bloedvat zich steeds verder vernauwt, zodat het vat geheel dicht zit, is er sprake van een afsluiting. Door een vernauwing of afsluiting van een slagader naar de benen kan er minder of zelfs geen bloed doorstromen. Daardoor ontstaat een gebrek aan zuurstof in het been. Afhankelijk van de ernst van het zuurstoftekort kan dit verschillende klachten geven.

Klachten

Etalagebenen
De beenspieren hebben bij inspanning veel meer bloed en zuurstof nodig dan in rust. Door het tekort aan zuurstof ontstaat verzuring van de spieren wat een krampachtige pijn kan geven. Meestal verdwijnt de pijn weer na een korte tijd rusten en kan men weer een eindje verder lopen.

Rustpijn
Het is ook mogelijk dat er zo weinig bloed naar de benen stroomt dat zelfs in rust of 's nachts in bed pijn ontstaat. Dit heet rustpijn. Wanneer men dan het been uit het bed laat hangen of even gaat zitten kan het zijn dat de pijn minder wordt. Dit komt omdat de zwaartekracht de bloedtoevoer net voldoende verbetert om de rustpijn te verminderen.

Afstervingsproces
Als er nauwelijks doorbloeding is, is de kans op wondjes en infecties groot. Wanneer een infectie zich uitbreidt kan het weefsel afsterven wat zich uit in zwarte verkleuringen. Dit wordt bij een droge wond necrose genoemd. Bij een natte wond gangreen.

Er kunnen wonden ontstaan die niet te genezen zijn. Zonder operatie waarbij de doorbloeding wordt hersteld, is een amputatie van het betreffende lichaamsdeel vaak niet te vermijden.

Onderzoek

Er bestaan verschillende onderzoeken waarmee vastgesteld kan worden of u een vernauwing van de beenslagader heeft.

Doppleronderzoek
Bij een doppleronderzoek worden de slagaders in uw benen onderzocht aan de hand van de bloeddruk. De arts vergelijkt de bloeddruk ter hoogte van de armen met de bloeddruk ter hoogte van de enkels. Dit gebeurt met een bloeddrukmeter en een dopplerapparaat.

Afhankelijk van uw conditie doet u ook een looptest op een lopende band. Tijdens deze test geeft u aan wanneer en waar u pijn krijgt bij het lopen. 

Duplexonderzoek
Bij een duplexonderzoek wordt een doppleronderzoek gecombineerd met echografie. Dit onderzoek vindt plaats op het Vaatlaboratorium. Bij echografie wordt gebruik gemaakt van geluidsgolven.

Deze geluidsgolven dringen door in het lichaam, worden teruggekaatst door de bloedstroom en vormen een beeld op een beeldscherm. Hiermee kan de aard en de ernst van de vernauwing of verstopping in het bloedvat in beeld worden gebracht. Het duplexonderzoek is pijnloos.

MRI-scan
MRI is een onderzoeksmethode waarbij met behulp van magnetische stralen delen van het lichaam in beeld worden gebracht. Er wordt gebruik gemaakt van een grote magneet met een sterk magnetisch veld. Op beelden van de MRI is precies te zien waar zich vernauwingen of verstoppingen bevinden. Het MRI-onderzoek is pijnloos.

CT-scan
De CT-scan is een onderzoeksmethode waarbij met behulp van röntgenstraling delen van het lichaam in beeld worden gebracht. Om een goed beeld te krijgen van de vaten gebruikt de radioloog contrastvloeistof. Deze krijgt u vooraf via een bloedvat ingespoten. Op de beelden van een CT- scan is precies te zien waar zich vernauwingen of verstoppingen bevinden.

Behandelingen

Atherosclerose kan niet genezen. De behandeling is vaak bedoeld om het proces stop te zetten en verergering van klachten te voorkomen. Meestal wordt een gezonde leefwijze aangeraden.

Afhankelijk van de ernst van de situatie en om welke slagader het gaat, zijn er verschillende mogelijkheden:

  • een conservatieve behandeling en looptraining;
  • dotteren;
  • een operatieve behandeling. 

Conservatieve behandeling

Onder conservatieve behandeling worden alle behandelingen verstaan die niet operatief zijn. De behandeling is gericht op het beperken van aanwezige risicofactoren. Bijvoorbeeld stoppen met roken, gezond eten en voldoende lichaamsbeweging.

Ook behandeling met medicijnen kan een onderdeel zijn van de conservatieve behandeling. Er zijn geen medicijnen waarmee vaatziekten kunnen genezen. Wel zijn er volop medicijnen beschikbaar om risicofactoren te verminderen. Verschillende soorten medicijnen hebben een ondersteunende rol bij de behandeling.

Looptraining
Looptraining is het bevorderen van de bloedsomloop door elke dag te wandelen. Door deze regelmatige belasting worden de spieren in het been geoefend. Door looptraining kan de pijnvrije loopafstand meestal vergroot worden. Onderzoek heeft uitgewezen dat looptraining effectief is als u minimaal 3 keer per week een half uur loopt. Meer is nog beter. Looptraining via de fysiotherapeut mag alleen gegeven worden door een gespecialiseerde fysiotherapeut voor vaatpatiënten.

Dotteren

Dotteren wordt ook wel PTA (Percutane Transluminale Angioplastiek) genoemd. Het is een veel gebruikte behandeling waarbij met behulp van een ballon de vernauwde slagader van binnenuit weer doorgankelijk wordt gemaakt. Meestal wordt gekozen voor een dotterbehandeling als met conservatieve therapie en looptraining onvoldoende resultaat wordt verkregen of als herstel van de bloeddoorstroming op korte termijn nodig is. De behandeling wordt uitgevoerd door de vaatchirurg op de operatiekamer of door de radioloog op de angiokamer.

Bij deze behandeling wordt eerst een katheter ingebracht in de liesslagader, vervolgens wordt met contrastvloeistof de vernauwing opgezocht. Een kleine ballon wordt naar de vernauwde slagader geschoven en ter hoogte van de vernauwing opgeblazen. De vaatwand wordt opgerekt, waardoor de bloeddoorstroming zich herstelt.

Soms wordt een stent gebruikt. Dit is een soort metalen buisje dat ervoor zorgt dat de vaatwand in zijn opgerekte positie blijft en de behandeling ook op langere termijn effectief is.

In vergelijking met een operatie is dotteren voor de patiënt minder belastend. De opname duurt korter en het herstel gaat sneller. Daarom heeft dotteren de voorkeur boven een operatie. Vooral korte en op zichzelf staande vernauwingen zijn hiervoor geschikt. Zeer lange vernauwingen of meerdere vernauwingen over een grotere afstand lenen zich er meestal minder goed voor.

Na het dotteren kan soms een plaatselijke reactie van de vaatwand optreden waardoor het bloedvat zich weer vernauwt (restenosering). Ook kan in een gedotterd bloedvat na verloop van tijd opnieuw een vernauwing ontstaan.

Een operatieve behandeling

Er zijn vele soorten operaties. De meeste vormen van vaatchirurgie zijn gebaseerd op een van de volgende principes:

  • desobstructie;
  • bypass operatie.

Desobstructie
De desobstructie is het schoonmaken van de binnenwand van de slagader. Hierbij wordt de slagader in de lengte geopend, waarna de inhoud, bestaande uit bloedklonters, kalk en de zieke binnenlaag, met behulp van fijne instrumenten wordt verwijderd. Een glad binnenoppervlak blijft achter. Daarna wordt het bloedvat weer gesloten. Om te voorkomen dat het bloedvat door het hechten weer opnieuw gaat vernauwen, wordt het meestal niet direct dichtgehecht, maar wordt een smal reepje van een ader of van kunststof in de opening gehecht. Dit noemen we een 'patch'. Hierdoor wordt het bloedvat iets wijder dan normaal. Dat is gunstig omdat zich later toch weer een nieuwe binnenlaag vormt die enkele millimeters dik kan worden, waardoor het bloedvat nauwer wordt.

Bypass operatie
Een omleiding (bypass) is een overbrugging. Hierbij blijft de afgesloten slagader op zijn plaats en wordt er een nieuw bloedvat langs gelegd. Dat nieuwe bloedvat (een ader of een vaatprothese van kunststof) wordt vóór en voorbij de afsluiting aan de slagader aangesloten zodat het bloed, dat niet door de afsluiting kan stromen, nu wel via een omweg op de plaats van bestemming komt. De afsluiting wordt dus overbrugd met een nieuw bloedvat. Als omleiding gebruikt men in de benen bij voorkeur een eigen ader die de patiënt zonder bezwaar kan missen. Meestal wordt daarvoor een oppervlakkige ader gebruikt die aan de binnenkant van het dijbeen loopt.

Voor het dotteren of een operatieve behandeling is het mogelijk dat een CD van de gemaakte scan met uw gegevens naar een firma opgestuurd wordt voor het bestellen van het juiste materiaal voor de ingreep.

Mogelijke complicaties en risico's
Geen enkele operatie of dotterbehandeling is zonder risico’s. Zo zijn ook hierbij complicaties mogelijk die eigenlijk bij alle ingrepen kunnen voorkomen, zoals wondinfectie. Daarnaast zijn er nog enkele specifieke complicaties mogelijk. 

Nabloeding
Nabloedingen kunnen optreden door een lekkage van de geopereerde of gedotterde slagader.

Afsluiting van de bypass
De kans is aanwezig dat na de operatie de bypass afgesloten raakt. Sommige oorzaken hiervan kunnen door een nieuwe operatie worden verholpen. Het komt ook voor dat de eigen slagaderen zo ernstig zijn aangetast door de aderverkalking, dat hierdoor een omleiding niet kan functioneren.

Trombose en longembolie
Bij trombose ontstaan er bloedstolsels in de bloedvaten. Als bloedstolsels een bloedvat afsluiten, ontstaat een embolie. Het weefsel dat door dit bloedvat wordt voorzien van zuurstof, krijgt dan te weinig bloed. Hierdoor kan schade aan dat weefsel ontstaan.

Infecties
Ondanks dat de operatiewond goed wordt verzorgd kunnen toch infecties optreden.

Allergische reactie
Bij een allergische reactie reageert uw lichaam niet goed op bepaalde stoffen. Dit kan zich uiten als huiduitslag, galbulten of benauwdheid. Ook kunt u zich plotseling ernstig ziek voelen na het innemen van antibiotica. Wanneer u allergisch bent voor jodium, is het erg belangrijk dat u dit aangeeft op de poli Preoperatieve Screening.

Weer naar huis na een dotterbehandeling of operatie

Als alles goed gaat kunt u na ongeveer 2 - 3 dagen naar huis. U krijgt een afspraak mee voor de poliklinische controle en een folder 'Weer thuis na een operatie, bloedvaten', waarin u alles kunt lezen over leefregels thuis. 

PDF
Stel PDF samen

Belangrijk

Bent u allergisch voor jodium? Geef dit dan aan op de poli Preoperatieve Screening.

Heeft u nog vragen?

Bij problemen binnen de kantooruren kunt u contact opnemen met de poli Chirurgie, vaatverpleegkundige of vaatchirurg, bereikbaar van 08:00 - 17:00 uur. Heeft u vragen naar aanleiding van deze folder, stel ze dan ook gerust aan uw behandelend specialist of vaatverpleegkundige.

Poli (Vaat)chirurgie:
0495 - 57 22 70

Bij problemen buiten de kantooruren kunt u contact opnemen met de Spoedeisende Hulp.
Afdeling Spoedeisende Hulp:
0495 - 57 26 10

Patiëntenverenigingen

Vereniging van Vaatpatiënten
Postbus 123
3980 CC Bunnik
Tel: 030 - 65 94 651
www.vvvp.nl

De Hart en Vaatgroep
Postbus 300
2501 CH Den Haag
Tel: 088 - 11 11 600
www.vaatpatient.nl

Nederlandse Vereniging voor Vaatchirurgie
Postbus 20061
3502 LB Utrecht
Tel: 030 - 28 23 210
www.vaat-chirurgie.nl