‘Ik moet er gewoon zijn, zeker nu!’

26 maart 2020Columns, Coronavirus, Patiëntenzorg

Terwijl heel Nederland wordt gevraagd om afstand te houden, staan zij in de frontlinie om te helpen. Ook de hulpverleners van SJG Weert zijn dag en nacht bezig om het coronavirus te bestrijden en levens te redden. In deze serie laten we zien wie onze lokale helden zijn en waar zij in deze bizarre tijd tegenaan lopen. Vandaag aflevering 1: IC-verpleegkundige Irene Engelen.

Wat niemand ooit voor mogelijk had gehouden, is nu ook in Weert de realiteit. De intensive care, op de eerste etage van het ziekenhuis, is gevuld met coronapatiënten. Ouderen met een broze gezondheid, maar ook vitale mannen van middelbare leeftijd. Ze zijn uitgeput en voelen zich erg benauwd. Wie nog op eigen kracht kan ademen, krijgt extra zuurstof toegediend. Anderen worden direct in slaap gebracht en aan de beademing gelegd. Zodra de afdeling met tien IC-bedden vol dreigt te raken, worden patiënten naar andere ziekenhuizen overgebracht om capaciteit in Weert vrij te maken.   

Dilemma’s en tranen

IC-verpleegkundige Irene Engelen (37) had alles wel zo’n beetje meegemaakt, dacht ze. Met 15 jaar ervaring op de teller weet ze hoe de hazen lopen op de intensive care. De Brabantse is getraind om het hoofd koel te houden in crisissituaties en loopt niet weg voor ethische kwesties die haar vak zo complex en uitdagend maken.

Vorige week, toen Irene thuis kwam van haar werk, lukte het even niet meer om te relativeren. Voor het eerst in al die jaren kregen de tranen de vrije loop. Het heeft te maken met de eenzaamheid waarin patiënten hun strijd moeten voeren, vertelt ze. “Om het risico op verspreiding van het virus tot een minimum te beperken, mag er niemand bij zijn op de IC. Geen partner, geen familie. Het kan helaas niet anders, het moet. Gelukkig zijn er tegenwoordig andere, moderne middelen om contact te leggen met het thuisfront.” Het leidt soms tot hartverscheurende taferelen.  “Een collega probeert een oudere patiënt die beademd moet worden, op zijn gemak te stellen door via Whatsapp even te beeldbellen met de familie. Op de achtergrond roepen de kleinkinderen: ‘Dag lieve opa, hou vol hè. We houden van je’. Dat zijn ook voor ons als verpleegkundigen moeilijke momenten. Na het afscheid hebben we hem in slaap gebracht en aangesloten op de beademingsapparatuur.”

Liefde voor het vak

Om alle patiënten zo goed en veilig mogelijk te kunnen helpen, werkt Irene inmiddels vier dagen in de week de klok rond. Dat ze het volhoudt, komt naar eigen zeggen doordat ze “het mooiste vak” en “de liefste collega’s” ter wereld heeft. Intensivisten, IC-artsen, -verpleegkundigen en -leerlingen, OK- en recoverypersoneel: we leveren hoogcomplexe zorg en zijn perfect op elkaar ingespeeld. Natuurlijk vallen er deze dagen de nodige tranen, maar geloof me: we maken ook veel lol. Zeker nu is dat belangrijk. Lachen ontlaadt, net als huilen of je zorgen delen met collega’s. De bereidheid om diensten van elkaar over te nemen is enorm. Hier in Weert staat een team. Ook patiënten voelen dat.”

Emotionele tweestrijd

Als alleenstaande moeder verkeert Irene deze dagen voortdurend in tweestrijd. “Als ik even pauze heb op het werk zie ik de appjes van school binnenkomen. Mijn twee kinderen zitten nu thuis. Ze worden heel goed opgevangen, maar hebben natuurlijk ook mijn aandacht nodig. Als ik thuis ben, is het vaak moeilijk om de rust te vinden. Ik probeer me zoveel mogelijk af te sluiten van het nieuws dat inmiddels het hele leven beheerst. Even geen corona. Maar dan zie ik de appjes van het werk. Hoe razend druk het is. Dan wil ik maar één ding: naar het ziekenhuis. Helpen om dit virus te bestrijden. Daarom ben ik IC-verpleegkundige geworden. Ik wil er zijn. Móet er zijn. Zeker in deze krankzinnige tijd. We staan pas aan het begin en het wordt een lange strijd. Maar we blijven rechtop staan.”

‘Ik moet er gewoon zijn, zeker nu!’